is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1949, no 29, 23-07-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het is een geschiedenis, zoals er zoveel zijn," begon Iris, nadat de koffie was gebracht. „Ik heb altijd met vader geleefd; moeder stierf bij mijn geboorte. Nu is, het vorige jaar in Juni, vader overleden. Een beste man, maar ontzettend zorgeloos. Hij had, geloof ik het idee, dat hij wel honderd jaar zou worden. Naar dat idee leefde hij ook. Ik wist niet beter, of wij waren in goede doen. Na zijn dood bleek, hoe luchthartig hij de dingen had opgevat. Er waren weinig baten, des te meer schulden. Alles moest worden verkocht en toen de schuldeisers het hunne hadden gekregen, bleven voor mij geen zeshonderd kronen over. Wat moest ik aanvangen? Ik was net als vader geweest — zorgeloos. Daar stond ik, totaal ongeschikt om iets aan te pakken. Natuurlijk heb ik van alles geprobeerd: kinderjuffrouw, winkelbediende, kapster. Steeds waren anderen mij voor, die mooie getuigschriften bezaten of routine hadden. Ik was teneinde raad toen ik me herinnerde uitstekend te kunnen dansen en geen kwaad figuur heb. Ik had zo gehoopt aan het Tivoli te

kunnen slagen, en nu !" Zij

wendde het hoofd af.

„Niet direct de moed opgeven!" monterde Nidingar haar op. „Ik zal morgenochtend met Hede praten; al ben ik zijn mede-directeur niet meer, vrienden zijn we gebleven. Maar ik garandeer u niet, dat ik slaag. Mislukt het, wel. Ik heb een massa kennissen en één van hen zal er ongetwijfeld een mouw aan weten te passen." Nidingar bedacht, waar hij de volgende dag met Iris zou afspreken. Zij had laten doorschemeren, dat zij krap in het geld zat en hij zou dus wel verplicht zijn, haar een lunch aan te bieden. In de restaurants die hij gewoonlijk bezocht, wilde hij niet met Iris komen om geen stof tot roddelen te geven. „We ontmoeten elkaar morgenmiddag half één in de Muzenstraat voor het Alexandra. Kent ge het?"

Zij knikte.

„Mooi! We eten er wat, en ik hoop, dat de maaltijd dubbel prettig zal zijn omdat ik goed nieuws heb meegebracht. Mocht het niet het geval zijn, dan zult u er zich in moeten schikken, dat ik voorlopig voor u zorg. Door naar mij toe te komen hebt u mij in zekere zin tot uw beschermer benoemd."

„Ik wilde, dat ik u kon zeggen hoe dankbaar ik u ben, baron Nidingar." Iris kwam overeind en drukte hem de hand. „Tot morgen half één!" Hij deed haar uitgeleide en zag de elegante verschijning na tot zij zich in het duister oploste. Iris stapte een minuut of tien door en gaf toen een taxichauffeur het teken tot stoppen. Met een glimlach om de lippen vleide zij zich in een hoek. Het eerste bedrijf was afgespeeld. Over de gang van zaken mocht zij alleszins tevreden zijn.

Nidingar had de volgende dag geen hoopvol nieuws. Er stonden zoveel sollicitanten voor het ballet op de lijst, dat Iris niet spoedig aan de beurt zou komen. Hij ging met haar het Alxandra binnen en legde beslag op een tafeltje achter in de zaal, waar zij niet opvielen. „Het was een wonder geweest, Iris," bemoedigde hij haar, „als mijn eerste poging al succes had gehad. Laten we de inwendige mens versterken en dan andere mogelijkheden overwegen."

Onder de maaltijd had Nidingar de ogen niet van Iris af. Zij zat in een donkerblauwe japon zonder mouwen Hij vroeg zich af, of zij zich opzettelijk zo had gekleed. De jonge vrouw scheen zijn gedachten te raden.

„Ik zei u gisteren, dat ik de zorgeloze aard van vader heb geërfd. Hij bedacht me royaal met kleedgeld en deed me niets liever dan japonnen aanschaffen. Ik bezat een garderobe, die aardig wat heeft gekost en u kunt niet geloven, hoe weinig ik er voor kreeg, toen ik me verplicht zag ze te verkopen. Het zou verstandig zijn geweest alleen de japonnen te behouden, die passen bij mijn tegenwoordige positie — zo ongeveer die van „de dienstmaagd

NEUZEN

't Méést vooruitstekende gedeelte Van de mensen, klein en groot, Is de neus; vandaór dat men hem, Zij 't figuurlijk, zo vaak stoot, 't Is een nuttig, nodig sieraad, Dat daar als vóórgevel prijkt, 't Is iets, waar een ieder onzer Nu en dan wel eens op kijkt. Lange neuzen zijn een voordeel Voor de mééste mensen, heus: Hoe ontstellend weinig mensen Kijken vérder dan hun neus!

Onze neus dient om te ruiken En voor nies. en snuit-gebaar En het is een heerlijk middel Om te neuzen hier en daar.

Als we eens géén neuzen hadden, Dat was wérk'lijk désastreus,

Want de éne neemt de ander O zo dolgraag bij de neus.

Neus is een onmisbaar meubel, Doelpunt in de boksersport; Gek, dat juist onder dét plekje Altijd „iets gewreven" wordt. Neuzen gaan van trots soms krullen; Dat is nu wel waar misschien, Maar ik moet U éérlijk zeggen: Ik heb het nog nóóit gezien. Menigeen, die pés komt kijken, Steekt hem té ver in de wind; Of hij kgkt er mee, waardoor hij Wat hij zoekt, maar zelden vindt. Sóms is het een instrumentje.

Waar de eigenaar door spréékt, Vaak iets, wat men onbescheiden In een ènder's zaken steekt.

Neuzen zijn beslist onmisbaar;

Tóch gebeurt het iedereen,

Dat hij na een vluchtig snuiven Denkt: o, had ik er maar geen. Véle soorten neuzen sieren Het gezicht van 't mensendom: Spitse neuzen, stompe neuzen, Neuzen recht en neuzen krom. Haviks-neuzen, speurdersneuzen, Neuzen bruin, verweerd, verbrand, Hopeloos verstopte neuzen.

Neuzen met een diamant.

Platte, plompe, poeder neuzen, Neuzen van Griek of Romein, Neuzen, die terecht de bijnaam Voor veel jongelieden zijn.

Wip- en mops- en wijsneusneuzen, Neuzen klein en neuzen groot,

Bont gekleurde kokkerneuzen Van Schiedams-paars-purper-rood.

Als wij eens géén neuzen hadden.... Stel je éven voor, wat néér!

Mensen zónder neuzen om die Op te trekken voor elkaar!

CLINGE ROORENBOS.

in het huis". IJdelheid is een vrouwelijke kwaal: ze wordt zelfs door armoede niet genezen."

„Daar herinnert u me aan iets, Iris. Hoe staat het met uw financiën?" „Allerdroevigst!" Zij lachte aanstekelijk. „Vanmorgen maakte ik mijn kas op. Ik was er in een wip mee klaar. Ik ben nog precies vijftien kronen rijk. Het is werkelijk een schande, dat ik er om durfde lachen!"

Iris ging weer ineens van een opgewekte stemming in een ernstige over, een wisseling, die haar gelaat een ongemene charme verleende. „U ziet dus, dat ik geen bokkensprongen kan maken, en hoe nodig het is een betrekking te vinden." Nidingar keek haar peinzend aan. „Zoudt u het als een belediging opvatten, wanneer ik u voorstelde, een renteloos voorschot bij mij aan te gaan, omdat ik uw vriend wil zijn?"

„Ik zou me beslist niet beledigd voelen, baron Nidingar," antwoordde zij met een stralende glimlach, „maar het neemt niet weg, dat ik even beslist weiger."

„Ik dacht het wel. Toch mag ik wel iets voor u doen. U hebt u met uw zorgen tot mij gewend, en zodoende getoond, vertrouwen in me te stellen. Ik zal u aan een passende werkkring helpen, maar ik kan niet hek_ sen, zolang ik die niet heb gevonden, moet u er in toestemmen iedere dag met mij te lunchen en te dineren. Afgesproken?"

„Ik vind het erg lief en ik zeg graag ja!" Iris' ogen schitterden — niet om het goedhartige aanbod.

(Wordt vervolgd)

'Neem 's morgens een BRINTA-ontbijt (drie lepels BRINTA en een scheut warme melk) en U hebt een ontbijt, dat staat in de maag! U gelooft het misschien niet,maar het IS zo, want bedenk,dat BRINTA een volwaardig korenvoedsel is, bereid uit de volle tarwekorrel. Omdat er niets van dé krachtige, voedende bestanddelen verloren is gegaan, is BRINTA een kostelijk voedsel voor de kinderen, die er unani 'm dol op ziif' Vólle tarwe, dat is BRINTA' j&rrnfa Gaar in liet pakl C&> yr l~»t Is \ Drie lepels Brinta... 1 gebeurd ! \ een scheut warme melk 15 —— ... en één-twee-drie ! Klaar is Uw ontlat! Probeert U \ Brinta ook eens als pudding of'als \ bindmiddel in de soep! Een door \ Mevr. Lotgering-Hillebrand ge\ schreven receptenboekje u ordt U \ na aanvrage gratis en franco ^ toegezonden. WA. SCHOITEN'S CHEMISCHE FABRIEKEN N.V. ■ FOXHOL !GR.) Een echt boek voor de vacantie is de Roman Zij waren beiden jong Het is het levensverhaal van twee jonge mensen, die elkaar liefhebben, maar wier liefdespad niet over rozen gaat. Als zij bijna verenigd zijn, worden zij wreed gescheiden En voortgestuwd op de golven van een bewogen levenszee, drijven ze elk een richting uit en verliezen elkaar uit het oog. Maar hun liefde is jong en sterk en moedig en zij kunnen elkaar niet vergeten. De vaardige pen van Reita Lambert beschrijft op meesterlijke wijze de lotgevallen van deze twee jonge mensen. Bestel tijdig een exemplaar van deze spannende roman bij de bezorger van dit blad. Per post: U ontvangt de roman „ZQ waren beide Jong" franco per post thuis, als U een postwissel van ƒ 1.15 stuurt aan De Geïllustreerde Pers N.V., Postbus 244, Amsterdam-C. Vermeld op het strookje „mededelingen voor de geadresseerde": Zij waren beiden Jong.