is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1932, 29-12-1932

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Barton s glimlach werd een grijns. ,,In vele dingen blinkt Duitschland uit. Het staat in vele opzichten aan de spits. Daar heb je bijvoorbeeld telefooncellen. Die maken ze geluiddicht, zelfs in het hoofdbureau van politie. Ik bewonder Uw landgenooten Doktor Hartmann. Het antwoord van den notaris was onverstaanbaar en leek meer op een snauw. „Het was noodzakelijk, dat ik mij met je in verbinding stelde, voor je op het „Ministerium" arriveerde. Ik dacht er even aan, je mijn boodschap door bemiddeling van Grace Allen te doen toekomen. Maar bij nader inzien prefereerde ik den directen weg. Besef je, wat er gebeurd zou zijn, als ik je niet had opgebeld?"

Hartmann gaf geen antwoord. „Ik zal het je zeggen. Je zou vergeten hebben, je bediende te waarschuwen, dat hij mij niet moest herkenen. Je zou misschien zoo ^om zijn geweest, mij aan te wijzen als een inbreker. En dan zou ik natuurlijk genoodzaakt zijn geweest de politie den inhoud mee te deelen van je vreemde ducumenten Ik zou hun hebben moet/en vertellen, waar die papieren te vinden waren.

En wel, Hartmann, jij en ik, we zouden allebei gevangenen zijn geweest. Misschien zelfs celgenooten. Werkelijk, je mag me wel dankbaar zijn, dat ik je waarschuwde. Het doet me genoegen, dat je zoo verstandig was het gevaar in te zien en je bediende te instrueeren." Zij reden een poosje zwijgend verder. Kortaf vroeg de notaris dan: „Waarom zei je de politie, dat je den verdere morgen met mij zou doorbrengen? Denk je " — „O," viel Barton hem in de rede, „alleen om te voorkomen, dat je nog plannen zou koesteren, mij op de één of andere wijze te vermoorden." — „Wat?"

„Je zal 't nu wel uit je hoofd laten, Hartmann. De politie zou direct weten, waar ze zoeken moest." — „Jij vervloekte " — „Kalm wat, kalm wat," raadde Barton hem aan, terwijl hij de oogen half dichtkneep, en den notaris van terzijde aankeek. Dan, bruusk, begon hij- „Laten we tot onze zaken terugkeeren. Telefonisch zei ik je, dat ik mijn plannen had veranderd. Ik zei je, dat je het testament mee moest brengen. Heb je dat gedaan?" Hartmann werd vuurrood van woede. Hij snauwde: „Je zal het krijgen, als je me mijn papieren geeft. Geen seconde eerder!" — „Billijk!" vond Barton. „Tenminste, als jij het testament bij je hebt."

Ze reden rechtstreeks naar Hotel Astol. Het was een grijze morgen en een dozijn kerken luiden den Kerstmorgen in. De nachtportier, die nog steeds dienst had, keek verstomd, toen Barton binnentrad, niet alleen vergezeld door Doktor Hartmann, maar ook door diens bediende Fritz. Barton knikte den man vriendelijk toe en leidde zijn gasten naar de lift. Maar op het oogenblik, dat de liftboy de deur wou sluiten, schoot Barton iets te binnen. Hij excuseerde zich 'n moment en sprak den portier aan. Perplex staarde Hartmann naar den rug van Barton, die in 'n geanimeerd gesprek gewikkeld was met den portier. De notaris draaide zich om en gaf zijn bediende eenige gefluisterde instructies. Hij werd onderbroken door Barton zelf.

„Wat ik zeggen wou, Hartmann," zei hij nonchalant, „ik zou je wel graag een oogenblik alleen willen spreken." De notaris scheen beduusd. — „Maar boven, op jouw kamer " protesteerde hij.

„Nee, ik geef er de voorkeur aan, niet naar boven te gaan," antwoordde Barton. Er zijn genoeg stille hoekjes. Volg me maar, Hartmann." Voor de notaris een protest kon uiten, liep Dick Barton naar een hoek van de hall, blijkbaar overtuigd, dat de notaris zou volgen. Hij keek zelfs niet om, wellicht echter om niet de sluwe lach in zijn oogen te doen zien. Hugo Hartmann aarzelde in de lift. Zijn verwonderde blik naar Fritz scheen te zeggen: „Wat is hij nu weer van plan?" Het uitwisselen van Heinrich Schneider's testament tegen de

Wie als toerist Zweden bezoekt zal na een tochtje op het Malermeer een bezoek aan het slot Drottningholm zeer interessant vinden. Het is een gebouw in de typisch-Zweedsche Renaissancestijl, die haar inspiratie in Versailles zocht en vond.

compromitteerende documenten, was geen zaak, die je in een hotelhal afhandelde. Daar hem echter geen keuze over bleef, volgde Hartmann Barton. Hij liep langzaam en een rimpel verscheen tusschen zijn oogen, Er was iets vreemds gaande, iets onverwachts, onverklaarbaars. Waarom gingen zij niet naar Barton's kamer?

Fritz, even verbaasd als zijn meester, gehoorzaamde aan het bevel van de vleezige hand om op een discreten afstand te blijven. Hugo Hartman begon de conversatie, die door niemand kon worden afgeluisterd: „Wel wat is er?" De bruinharige avonturier keek den notaris strak aan. Toen hij sprak was zijn stem zacht, maar vast. Er lag iets domineerends in. „Hartmann," sprak Barton, „onze zaak is afgehandeld." Het duurde een halve minuut, eer de beteekenis van deze verklaring tot den notaris doordrong. Toen ging hij een stap achteruit, plotseling zeer bleek. „Waar... waar praat je over?" fluisterde hij. „De zaak is afgehandeld. Wil je het testament niet meer hebben...?"

„De zaak is afgeloopen," zei Barton, „omdat ik je papieren niet heb." Ditmaal kon Hartmann zelfs geen woord uitbrengen. Zijn bolle oogen spraken evenwel boekdeelen. „Ik heb je papieren niet," verklaarde Barton. „Ik heb ze niet meer sinds gisteravond elf uur."

Toen Hartmann er in slaagde te stamelen: „Ik... begrijp... het niet," scheen hij een blinde te zijn, die tevergeefs in het duister rondtastte.

„Ik zal het je uitleggen. Nadat ik de papieren uit je safe had gehaald, ging ik terug naar mijn kamers om ze te bestudeeren. Ongelukkig genoeg verhinderde mijn gebrek aan kennis der Duitsche taal mij, ze te lezen, Hartmann. Ik kon niet precies te weten komen, wat er in stond." — Maar... je zei me..."

„Laat me alsjeblieft uitspreken. In die papieren stonden vele namen, die ik kon lezen, maar niet die van Heinrich Schneider of Grace Allen. En zoo ontdekte ik, dat het testament er niet bij was. Je kunt begrijpen, dat die documenten op dat moment voor mij geen waarde hadden. Je andere zaken gingen mij niet aan. Ik had alleen interesse voor het testament. Je zal ook begrijpen, dat ik er niet op gesteld was, dat men die papieren bij mij zou vinden, of op mijn kamer. Te gevaarlijk, na den inbraak in de Friedrichstrasse. Daarom wierp ik ze in een papiermand op straat."

„Ach " zuchtte Hartmann. Zijn oogen stonden glazig, zijn gezicht zag geelbleek, „je wierp ze in een papiermand?"

Een dreigend spookbeeld rees voor zijn oogen op. Veronderstel, dat iemand die dingen in den papiermand vond. Ze zagen er officieel uit en zouden de nieuwsgierigheid wekken. Met dikke letters was zijn naam er op gedrukt. Iedere Duitscher kon ze lezen, en... zou ze waarschijnlijk aan de politie opsturen. Met trillende hand wreef hij zich het voorhoofd. Met heesche stem, riep hij wanhopig: „Waar is die papiermand?" Dick Barton haalde de schouders op. Even voelde hij iets als medelijden met den corpulenten schurk, die nu een wanhopig man was. — „Ik ben niet voldoende met Berlijn bekend, om mij de plaats van een papiermand te herinneren. Als ik geweten had, waar dat ding stond, zou ik vannacht die papieren er weer wel hebben uitgehaald." Hartmann had een volle minuut noodig, om uiterlijk zijn emoties meester te worden. Hij had zich op den Amerikaan willen werpen, die daar zoo kalm zat, en hem tot moes hebben willen slaan. Twee omstandigheden weerhielden hem daarvan. Ten eerste de herinnering aan de vuist, die hem op de kin had getroffen, en ten tweede de aanwezigheid van den nachtportier, den lift-boy en een paar chassours. Tenslotte zij hij met moeilijk onderdrukte woede: „Dus je probeerde me te bedriegen, hè?" — „Dat," zei Barton droog, „is een zacht woord, voor wat je Grace Allen deed!" — „En je trachtte