is toegevoegd aan uw favorieten.

De wiekslag; maandblad van de Vereeniging "De Onafhankelijken", jrg 1, 1917-1918, no 3, 1917

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sommige onderwijzers heljben er wel acht opgeslagen en hebben ’t nut ervan ingezien vooral op paedagogisch gebied, en zijn toen jammer genoeg spitsvondige methodes gaan bedenken buiten ’t kind om, om ’t teekenen te ontwikkelen. Meestal hebben zij evenwel door die vervelende methode, die weinig rekening hielden met den zuiveren, oorspronkelijken natuurlijken aanleg, dien aanleg te kort gedaan. Zij drongen de methode aan dien aanleg op, voelden ’t verband niet, al was de bedoeling goed. Zij hebben vaak de fijnste voelhoorntjes afgestompt, en als dat eenmaal gebeurd is, groeien die lastig weer aan. Maar nu wil ik een verwijt maken aan de artisten, die daar niet op letten, tervdjl zij

daarvoor aangewezen waren. Wat is de oorzaak daarvan ? Wie weet ’t ?

Ik vermoed dat zij een soort minachting hadden, voor de bemoeingen van die ~schoolmeesters”, waar toch nog w'cl gevoeligen onder zijn.

De aestetische waarde van de kinderteekcT ning is misschien wel opgemerkt, maar nooit naar voren gebracht. Zij is altijd verdrongen door meer geruchtmakende kunstuitingen. Kinderen komen niet voor hun werk op, zij kunnen dat niet en zien er ’t belang ook niet van in. Zijn er artisten, die dat wel inzien, dan hoop ik, dat zij met mij ervoor zullen ijveren.

Nu moet ik eindigen, maar hoop er later meer over.te zeggen.

WILLY V. SCHOONHOVEN v. BEURDEN,

DE HANDEL IN KRITEEKENINGEN

(hoogst leerzame en volstrekt historische dialoog tusschen een kunsthandelaar en een kunstcriticus).

„Zoolang de lepel'in de brijpot schiet”

Personen:

A. (Kunstkritius van een der oudste Amsterdamsche dagbladen, zoomede van eenige week- en maandbladen).

Mevr. 8., (Kunsthand elares).

Mevr. C., (in dienst van Mevr. B.).

Plaats: de Kunsthandel van Mevr. B.

T ij d : Voorjaar 1917.

A. (komt binnen) Dag Mevrouw !

Mevr. B. Dag meneer A. Ik dank u nog wel voor Uw kritiek over D. (Een schilder, die toen hij bij ~de Onafhankelijken” exposeerde door A. voor al-w'at-leelijk-is werd uitgeseholden, maar hier bij toeval een goede kritiek van dezelfde verkreeg). Ik heb die met genoegen gelezen.

A. O, dat is niets, mevrouw'.

Mevr. B. Ik zal dan maar weer een teekening van U koopen. Oeh mevrouw C. geeft U me even de portefeuille met die teekeningen van meneer A. (’t geschiedt: de portefeuille ligt klaar, om na iedere kritiek bij de hand te zijn) dank U. (De teekeningen van den heer A. zijn iets zoo ongelooflijks, dat ik mij niet aan een beschrijving w'aag. Hij exposeert die

dan ook nooit!) Kijk es, deze dan maar, f 7.50, w'at denkt U ervan ?

A. Best Mevrouw'.

Mevr. B. Mevrouw C, geeft u meneer A. f 7.50 als u wilt ?

Mevr. C. .Ja Mevrouw, (’t geschiedt)

\ o f A. Dank U wel, mevrouw'.

Mevr. B. Nou dag meneer A, schrijft U over E. (een schilder) ook een kritiekje ?

A. Met genoegen, mevrouw. Mevrouw ! (exit)

Mevr. B. (tot mevr. C.) Bergt U dat ding op .En boekt U die f 7,50 weer onder ~onkosten” denkt u er om ?

Doek.

Naschrift: Ik verfoei schandaalcolportage, en hoop mij er nooit meer aan te bezondigen. Maar déze geschiedenis—ik herhaal: authenthiek ! ik mocht haar niet achterhcuden. Wat denkt men ervan ? Zou het niet op te beginnen nuttig zijn, als „de Onafhankelijken”, die voor hun tentoonstellingen toch onkosten genoeg te maken hebben, telkens een teekening van den heer „A.” kochten ? Duur is de man zéker niet, een advertentie kost al meer.

E.W.