is toegevoegd aan je favorieten.

De wiekslag; maandblad van de Vereeniging "De Onafhankelijken", jrg 1, 1917-1918, no 11, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te bewerken materiaal spreek ik natuurlijk niet) berust op, staat en valt met de cultuur. Men bedenke goed, dat ik niet zeg, dat kunst geboren wordt door de cultuur. Deze meening zou onjuist zijn. Kunst zonder cultuur is uitnemend denkbaai', (Naturalisme, impressionisme, cubisme, futurisme!) doch de groote, algemeene in en voor het tijdperk levende stijlkunst wordt zichzelf in, aan en door de cultuur. Een kunstenaar, die groot wil zijn, zoekt stijl en moet dien zoeken, maar wanneer hem zijn groote tegendeel, cultuur, ontbreekt, wordt hij onrustig als een gevangen trekvogel in den reistijd. Hij wordt ongeluk&g. Hij wordt wild. Voila!

Het futurisme (Godlof, het is weer aan het opleven.) is de natuurlijke verschijningsvorm van dat wilde smachten naar nieuwen stijl; het is roepen! en bij een kréét let men niet op schoone melodie, maar op de bittere, bittere ernst.

De keel van den hongerende stoot rauwe klanken uit; geef hem maar te eten, o gezond-verstand-predikers, en gij zult zien, hoe liefelijk hij na voldaan te zijn zal kwinkeleeren. De in doodangst smachtende krijscht, de verlangende lokt met mooi geluid.

Er is waarschijnlijk geen kunst, die zóó direct in rapport staat tot de eigene cultuur van een tijdperk als juist de dramatische kunst. Mogen wij er ons dus over beklagen, dat onze dramatiek op het oogenblik decadent is ? Neen! In den val van het oude leeft de geboorte van het nieuwe.

Om thans terug te komen op het tooneel. Vóór ik verder ga, wil ik even de aandacht erop vestigen, dat ik in dit artikel het woord: scene laat gelden als de benaming van dat gedeelte van het theater, waarin het tooneel vertoond wordt.

De tegenwoordige en al gedurende eeuwen in hoofdzaak geldende scene-structuur heeft zich natuurlijk ontwikkeld tegelijk met het drama. De veranderingen, die de scene in den loop der laatste tien of twaalf eeuwen

heeft ondergaan, zijn slechts aanpassingen geweest aan de eischen, die het drama in zijne ontwikkeling stelde; nooit echter heeft iemand (behalve Strindberg, op wden ik nog even terug zal komen.) het aangedurfd eene ingrijpende, fundamenteele verandering in de scene-structuur ook maar voor te stellen. Eene zeer verbreide, doch onjuiste meening is, dat het theater in zijn tegenwoordigen en algemeen geldenden vorm regelrecht zou afstammen van het Grieksche tooneel. De tegenwoordige scene- en theaterbouw heeft welbeschouwd twee stamvaders, wier gezamenlijke vader eene afstammeling in rechte lijn is van het Grieksche tooneel; dit moet worden erkend. Een rechtstreeksch verband tusschen de Grieksche en de htdendaagsche scene bestaat niet. C. DE DOOD.

{Wordt voortgezet).

Een zeer typisch verschijnsel van dezen tijd is de onverschilligheid van vele kunstenaars tegenover de maatschappelijke waardeering. ’t Is of zij vreezen, erkend te zullen worden. En dit is ook zoo. Niet zelden ziet men gebeuren, dat wel erkende kunstenaars trachten te doen gelooven, dat in hun werk onbegrepen diepten verscholen liggen of probeeren hun voor de hand liggend materiaal onnoodig te vertroebelen om toch maar asjeblieft de meening te wekken, dat zij behoorden onbegrepen te zijn.

w W—■ “ “ —■ Op het tooiieel van Shakespeare en zijn kom ik straks terug. |

Natuurlijk bestaan wel directe invloeden voor zoover de tooneelschrijvers volgens „klassieke beginselen” werkten. (O. a. in de latere abele spelen). Deze kunnen wij echter buiten beschouwing laten, daar zij op den theater- en scène-bouw niet hebben ingewerkt. Slechts de drie eenheden (tijd, plaats en handeling) zijn uit hen voortgekomen, wat ik het gunstigste vind, dat van klassieke invloeden gezegd kan worden. Voor instandhouding van de drie eenheden is zéér veel te zeggen.

RECTIFICATIE.

In No. 9 van De Wiekslag is een mijner houtsneden afgedrukt onder den titel: Karakterkop. Deze titel moet echter zijn: „Onze groote nationale Verveling". E. W.