is toegevoegd aan uw favorieten.

Verf en kunst; maandblad van P. A. Regnault's verf-, inkt- en blikfabrieken, jrg 1, 1932, no 9, 1932

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo niet met vreugde, dan toch met respect. Want wij hopen er wat van te leeren, overtuigd zijnde, dat men de wijsheid niet gepacht heeft.

Als stelregel geldt bij ons, dat we fabrikaten maken voor Buitenwerk en Binnenwerk, waarin we ongeveer tachtig verschillende samenstellingen hebben, doch we noemen het kind bij den naam, zoodat er niets blijft te raden. Dus olie- lak- en waterverven voor Binnen- en Buitenwerk. Dat klinkt weliswaar niet gewichtig of geheimzinnig, of wonderlijk; het klinkt, zooals het naar onze meening moet klinken duidelijk en in zuiver Nederlandsch.

Op onze wandeling op dit beperkte ondermaansche komen we dan tegen, synthetische verven, caoutchouc- en chemisch zuivere verven, technisch zuivere en technische verven waarschijnlijk ter onderscheiding van

kosmetische verven verven, welke geen verven zijn en toch als verf gebruikt moeten worden, verven welke lezen en schrijven kunnen, verven, die het met de Natuur op een accoordje gegooid hebben: verven die eeuwig duurzaam zijn, anticorrosive verven, welke veel beter zijn dan de roestwerende, want aan Nederlandsch zit vaak reuk noch smaak; verven, welke roest afnemen, enz. enz.

Vooral die laatste verf in onze ervaring, was een wonderproduct. Het werd ons getoond als bewijs van dat roest-afnemen. Men bracht die verf op roestend ijzer, dat bespaarde de schoonmaakkosten van het ontroesten. Na verloop van een tijdje viel de verf plus roest er in lappen af en men had weer schoon ijzer. Wij vonden het inderdaad een wonder, alleen was het zwaar te verduwen.

What’s in a name? vraagt U.

Een massa, geachte Lezer

Woonhuis van den Heer Sech Achmod bin Amir der firma Alsald bln Amir & Co. te Ternate Geschilderd met Regnaulfs Hoogglansverf No. 1