is toegevoegd aan uw favorieten.

De tuin; geïllustreerd maandschrift kunst letterkunde tooneel muziek politiek sociologische wetenschappen en maatschappelijk werk, jrg 1, 1899, no 2, 1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun wezen erken ik geen ander ding als be.staande, noch het wezen van eenig ander ding.

Het wezen van geen enkel werkelijk bestaand ding sluit bestaan in zich, want elk werkelijk bestaand ding heeft zijn wezen in een ander eindig ding en bestaat dus alleen, voor zoover dit andere ding bestaat.

Maar ik erken geen enkel werkelijk bestaand ding, dat het eind-ding is en evenwel erken ik elk ding als werkelijk bestaande en wordende.

Ik erken het bestaan van God.

Niet erken ik God als een werkelijk bestaand ding alleen, alzoo niet anders bestaande dan in een ander zoodanig ding.

Maar ik erken God óók als bestaande in zich; dit is, als een ding, welks wezen bestaan in zich sluit.

God te erkennen als bestaande in zich is hetzelfde als God te erkennen: niet werkelijk.

dat is, niet eindig bestaande.

God te erkennen als be.staande in zich is hetzelfde als God te erkennen : oneindig bestaande.

Alzoo ik erken God: in het werkelijk bestaande en als oneindig bestaande.

Maar ik erken geen ding buiten de werkelijk bestaande dingen en hun wezen.

Alzoo ik erken God niet btnten maar tn de werkelijk bestaande dingen en hun wezen, eindig en oneindig.

* Ik erken God als werkelijk of eindig bestaande in een werkelijk bestaand ding.

Dat is: ik erken het bestaan van God in het eindig wezen, hetwelk is in een werkelijk bestaand ding.

Maar elk werkelijk bestaand ding is een eindig wezen in een ander werkelijk bestaand ding.

Alzoo: ik erken het bestaan van God in elk werkelijk bestaand ding.

Dit zegt: God maakt uit: het eindig wezen van elk werkelijk bestaand ding, in zoover hij bestaat in het werkelijke zijn der dingen.

Of ook: Het eindig wezen van elk werkelijk bestaand ding drukt uit: het bestaan van God op eindige wijze. *

Maar óók erken ik God als bestaande in zich of oneindig bestaande.

Dus niet, als bestaande in een werkelijk bestaand ding als zoodanig, want in zoover bestaat God niet oneindig, maar eindig.

Maar als bestaande in alle de dingen oneindig. Hier is nuttig stilstaande contemplatie.

En deze, geschied zijnde, zoo resumeer ik voDende hieronder wat van het intuïtief ö

aanschouwen in bewuste overdenking is wakker geworden.

Ik heb gezegd: geen enkel ding te erkennen, dat het eind-ding is; bedoelende: niet te erkennen een enkel werkelijk bestaand ding, dat niet als wordend ding – of eindig wezen – bestaat in een ander werkelijk bestaand ding.

Ik erken dus niet een eindig aantal werkelijk bestaande dingen; want dit erkennende —en mede erkennende, dat elk werkelijk bestaand ding in een ander werkelijk bestaand ding wordende is, zoo zou ik één van het eindige aantal als het eind-ding erkennen moeten.

Alzoo, ik erken niet een eindig «««/«/werkelijk bestaande dingen; maar een oneindig „aantal”.

Maar een oneindig „aantal” is niet een aantal, want het begrip „aantal” sluit eindigheid in zich.. Immers:

Een voorbeeld strekke ter opheldering:

Wanneer 6 personen tezamen een brood eten, verdeelen zij het brood in 6 deelen.

Wanneer zij met hun óoo®" of hun of 6 millioenen zijn, moeten zij het brood in 600 of 6000 of 6 millioen deelen verkruimelen.

Maar al deelden zij elk der kruimels ook weer in millioenen deeltjes en deze nóg eens en nog eens nimmer zouden zij zóó voortgaande iets anders verkrijgen dan een bijzonder klein deeltje – nimmer een oneindig (klein) deeltje.

Zóó voortgaande: namelijk aldus, dat de maat der verdeeling steeds door een «««/«/kan worden uitgedrukt, hoe groot dit aantal ook zijn moge.

Doch, indien de verdeeling wordt voortgezet: „tot in het oneindige”; dat is: indien de maat der verdeeling niet langer als een aantal kan worden begrepen, zal „het deeltje”, zóó ontstaande, oneindig (klein) zijn.

Maar, dit oneindige ding is niet langer een „deeltje”, dat is: een werkelijk bestaand ding in een grooter begrepen werkelijk bestaand ding; want het bestaat niet werkelijk dat is eindig maar het bestaat oneindig.

Evenwel bestaat het oneindige ding in het oorspronkelijke eindig bestaande ding (brood).

Want, indien alleen buiten het brood begrepen, zou het niet oneindig kunnen bestaan – immers, het zou dan op eenigerlei wijze begrensd, en dus werkelijk of eindig bestaande, begrepen moeten worden. Althans, het zou begrensd worden door het brood.

Wanneer eenig ding door een werkelijk bestaand ding begrensd wordt, moet het zelf een werkelijk bestaand ding zijn; want ddn kan het altijd als wordend ding begrepen worden in een ding, hetwelk mede het genoemde werkelijk bestaande ding begrijpt.

Alzoo;

Het genoemde oneindige ding bestaat niet alleen buiten het brood.

SIMPLEX AUTOMOBIELEN.