is toegevoegd aan je favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 1, 1927-1928, no 1, 15-09-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In claghen, claghen

Vergaen de daghen

Van nu en gister en altijt;

Ic can de neren

Niet verdueren

So swaer en hulpeloos beschreit.

Leopold is daaraan niet ontkomen. Hij, die barmhartig lief had de bloemen en het veld, den wind, de regen en de wolken, hij, die in staat was het eeuwige te zien in de vergankelijkelijke natuur, kon van de menschen slechts lief hebben de nederige, de hulpbehoevende en de kinderen, die nog niet opgezweept werden door een heet verlangen naar de roes van de wellust, de dorst naar geld en macht, die niet in onverstand het hoogste verachtten. Bitter kon hij over dit leven zijn, en gaarne zocht hij in vreemde talen het dichterwoord, dat zijn minachting voor den mensch, zijn klacht over vereenzaming, en de waardeloosheid van het menschelijk streven zong.

Wij gaan en komen en de winst is waar?

en weven draden en het kleed is waar?

In ’s hemels welving zijn tot stof verbrand

vele weldenkenden; hun rook is waar?

Duizende dagen doofden er hun licht

in duizend nachten. Dus uw voet zij licht

voor dit dof, glansloos stof; het was eenmaal

de stralende oogbal van een vrouw wellicht.

Alleen ben ik, waar of ik ook mag wezen.

Alleen ben ik in alles en altoos.

Alleen ben ik meer dan een ander wezen.

Alleen ben ik

Niet slechts in dezen zin is het leven een tragedie. Een dieper wee splijt de ziel van den kunstenaar. In zijn vrije vlucht omhoog blijft hij gebonden door menschelijke vormen, door tijdelijke en vergankelijke techniek, door de tijdelijke bekoring van mode-motieven, die hij in zijn verblinding aanziet voor het wezenlijke.

Zoo ook verging het Leopold. Geboren in den bloeitijd van naturalisme en impressionisme, heeft hij een oogenblik het impressionisme niet als een deel der ware kunst, maar als de ware kunst in haar geheel beschouwd en verzen gedicht, die aan de sensitieve poezie van Herman Gorter doen denken. Maar voor ons is Leopold niet de impressionist en niet de pessimist, hij is voor ons de dichter van den molen, de kinderpartij en verzen als: O nachten van gedragene extase

en diep gedronkene verzadiging,

als elk met zijn geluk te rade ging

en van alleen-zijn langzaam wij genazen.

Is ooit edeler gezegd wat liefde is: langzaam genezen van alleen-zijn?

Rijswijk (Z. H.).

A. GREEBE.