is toegevoegd aan je favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 1, 1927-1928, no 2, 15-10-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En heel ver uit het bosch kwam fijn gerucht.

Wielen en stemmen....

Het was een bruiloft.

Dat was het eerste boek. Het boek der natuur. Dat was ons boek, dat wij koesterden. Het tweede boek bracht de liefde voor Balder, het derde boek de smart en den dood van Mei.

Gorter is gebleven de dichter van Mei, hoeveel werken hij ook later heeft geschreven. Reeds in Mei vinden wij de elementen, die later zelfstandig of consequenter tot uiting zouden komen. Naast den natuurmysticus zouden de denker, de warm sociaal-voelende mensch, en de sensitivist in verzen zich willen uitspreken. De denker omspint weldra Spinoza’s denkbeelden met eigen gedachten. De sensitivist vinden wij in de School der Poëzie, die later slechts Verzen heette, en den sociaal-voelenden man in Een klein heldendicht en in Pan.

Gorter zelf sprak van een ontwikkeling:

Terwijl ik ~Mei" schreef, werd ik bekoord door de prozaïsten der Fransche en Hollandsche realistische, naturalistische en impressionistische school. Zij hadden een gloed en een kracht van leven, van onmiddellijkheid, hun pogen om uit ons leven zelf de schoonheid te halen betooverde mij zoo, ik had zelf dat onmiddellijke leven zoo lief, ik had zoo n voorgevoel ook dat er in dat leven een nog veel dieper schoonheid verborgen lag, dat ik besloot te trachten poëzie te maken van de onmiddellijke realiteit zonder de traditie van vroeger tijden

Toen ik dus uitging met het voornemen om met alle traditie van poëzie te breken, en naar niets te luisteren dan naar mijn eigen wereld, vond ik niets dan mij zelf.

Maar tegelijk. . . . nadat ik mij der onmiddellijke realiteit. . . . had toegewend, bespeurde ik dat mijne maatschappelijke waarnemingen klein en armoedig van inhoud waren, en alleen door de heftigheid en felheid, waarmede ik ze voelde, waarde hadden.

Ik werd daardoor zeer droef gestemd. Want mijne beperkte zinnelijk-individueele emotie bevredigde mij niet.

In mijn wanhoop over mijn armoede besloot ik toen nog een geheel anderen weg te beproeven. Daarom stortte ik mij in de filosofie.

Maar moet ik nog zeggen dat de bevrediging die ik daar vond een valsche, een halve was?

"Toen.... liet ik mij naar het socialisme gaan.

Zoo schreef Gorter in 1905 over zijn ontwikkeling tot 1905. Hij wist toen niet welke toekomst hem nog wachtte. Misschien mag ik daarop de volgende maand terugkomen.

Rijswijk (Z.-H.).

A. GREEBE.