is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 1, 1927-1928, no 3, 15-11-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lets over solisterij

Wanneer ik denk aan de bezoekers van de concerten der voornaamste orkesten hier te lande, dan verwonder ik mij er over, waarom het groote publiek toch altijd zooveel voor solisterij gevoelt.

De animo voor een programma met solist is steeds veel en veel grooter dan voor een zuiver symphonisch programma, en dit heeft er zelfs toe geleid, dat vrijwel geen concert meer gegeven wordt zonder solist. Bij het U.S.O. b.v. was, bij een programma zonder solist, de toeloop maar middelmatig; het moest tot solisten overgaan zij het dan zelfs niet eerste-rangs krachten om de belangstelling voor de volksconcerten te bewaren.

~Waarom toch die voorkeur?” heb ik me vaak afgevraagd, trachtend daar een verklaring voor te vinden. Is het soms een manie of een mode van dezen tijd? Dit is geenszins het geval, want gaat men de muziekgeschiedenis na, dan blijkt, dat de solisten altijd dieaantrekkingskracht hebben uitgeoefend.

Is het dan een uiting van kunstzin van het groote publiek? Ook dit lijkt mij niet de juiste zienswijze. Weliswaar zou men aldus kunnen redeneeren; Wanneer een goed componist iets componeert voor een solo-instrument met orkestbegeleiding en de solo-partij wordt uitgevoerd door een goed solist, die veel hooger staat dan de gemiddelde orkestmusicus, dan moet dit veel meer indruk maken dan een compositie van denzelfden componist voor orkest alleen. Dit lijkt zoo, maar is m.i. niet het geval; integendeel: het komt mij voor, dat deze muziekvorm heel vaak tot ontaarding van de ware kunst voert. l\ / I A I w. w .J A. I a

Meestal wordt het een techniek-vertoon en zit het orkest er voor spek-enboonen bij; men hoort vrijwel niets dan de solist, die allerlei acrobatische toeren op zijn instrument verricht, die regimenten noten de revue laat passeeren, die U laat hooren, hoe hoog hij kan piepen, en het orkest, dat dan uitermate zacht moet spelen, doet niets dan ploem-p10em.... tu-tu daar zitten die stakkers met z’n zestigen.*)

De goeden echter niet te na gesproken! Meerendeels maken de concerten

Ik of Ik het dan pas kunst noem. wanneer ze alle zestia tegeli)k bezin zijn! Ik wil hier alleen mee aangeven, dat het begrip „orkestbegeleiding" toch wel erg in 't gedrang gekomen is.