is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 1, 1927-1928, no 7, 15-03-1928

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begon te streven naar een vernieuwde opbloei van de Griekse kuituur.

En de massa, die de nieuwe idealen langzaam-aan veld zag winnen, bekende zich tenslotte als volgeling der Renaissance-idee. Wetenschap en aestetiek mochten zich opnieuw ontwikkelen, totdat wederom stemmen opgingen, die de mensheid, die in rustige zelfvoldaanheid het leven doorging, met grote kracht waarschuwden tegen de gemakkelike bevrediging van hun gevoelens voor schoonheid en kracht, die hun onverbiddelike eisen van wereldverzaking eri zelfopoffering stelden. ,

Nog eens.... en nog eens

De mensheid had de grote sociale worsteling, die men de franse revolutie noemt, aanschouwd of meegeleefd, daarna de opkomst van Napoleon, en had tenslotte de laatste krachten ingespannen, om diens val te bewerken. Langzamerhand werden de ontwrichte politieke toestanden weer geregelder en de mensheid begon weer naar rust te verlangen. Naar rust en naar welvaart. Zo ontplooide zich opnieuw de studie der natuurwetenschappen, die weldra begon haar materiële vruchten af te werpen door de ontwikkeling van een steeds beter wetenschappelik-technies beheerste industrie, die in de voortdurend groeiende materiële behoeften van de mens voorzag. Meer en meer richtte zich het denken op de stoffelike zijde van het bestaan en al hernam spoedig het Christendom, dat door de franse revolutie een schok gekregen had, zijn plaats, het werd ook voortdurend gemakkeliker, aan de eisen van dat Christendom te voldoen.

Het is niet te verwonderen, dat uit deze tijd weer een opleving te voorschijn moest komen. De lijn van op- en neergang, die voor het leven VEip de mens als individu geldt, toont zijn bestaan eveneens in de geschiedenis van het mensdom: na de inzinking zal wederom een opleving te konstateren zijn, die op haar beurt leiden zal door vervlakking naar de periode van de ondergang.

In de diepte van de verslapping worden tevens kenbaar de symptomen Van de opleving, en het zijn vooral de kunstenaars, die hierin een groot aandeel hebben. Het is bijna tot gemeenplaats geworden, te zeggerij dat de kunstenaar aan zijn tijd vooruit is, maar als bedacht wordt, dat de kunstenaar de mens is, op wie en in wie de omstandigheden en omgeving het sterkst inwerken, dan zal men ook de grond hiervan kunnen beseffen. Want niet alléén de erkenning van de donkere zijde, zelfs niet de diepst mogehke erkenning ervan, bepalen het kunstenaarschap: daarin is tevens opgesloten de drang tot het zoeken naar nieuwe waarden. En hierin naderen kunstenaar en religieuse mens elkaar.

In de I 9e eeuw, de eeuw, waarin een aan idealen arme mensheid waarlik niet met kunstvoortbrengselen overstroomd werd, stonden op het gebied van de literatuur enkele figuren op, die van een grote betekenis zijn geweest voor de ontwikkeling van het menselik denken; kunstenaars, wier betekenis ook voor de moderne kunst zeer groot geweest is: Ibsen, Dostojewski, Tolstoi en Nietzsche. Hoezeer verschillend ook hun houding tegenover het leven en de levensverschijnselen geweest is, en hoewel hun oplossingen van de problemen, die het leven stelt, zeer uiteenlopen, neemt toch onmiskenbaar voor hen allen een uiterst belangrijke plaats in het bestu-