is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 2, 1928-1929, no 9, 15-05-1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sylvestro. Omdat wij naar de slachtbank zijn gebracht.

Al is dat dan Uw Wil niet, zoo is d’uitkomst. . . .

Het Goede breekt het leven als broos glas!

Savonarola. Het aardsch Bestaan is wreed, absurd en dwaas.

Sylvestro. Dus dat erkent Uzelf!. . . . Waar blijft die ’t schiep?

Savonarola. Het Goed gedijt in God, niet in de wereld.

Is dies bestemd om voor Zijn troon te stijgen.

Gedragen door de herauten van ons Leed.

Wat uit het Licht is, streeft weer tot het Licht.

Die zich van boeien vrij maakt, wekt de Nijd

Van allen die met looden ketens treden....

Dat Leven kent geen Dood! De Stad van God

Roept U en mij, niet waar ’k haar dacht te bouwen,

In deze wereld vol ellende en zonde.

Maar in het Hart dat zich Hem overgaf.

Dan dooft Verlangen tot Hem stervens angst.

Wordt het een ramp nog langer hier te toeven.

Want wat is rouw, die liefde ons verwekt? ....

(Na een pauze, waarin Sylvestro blijk geeft van bewogenheid).

Och! laat ons zonder U niet binnen gaan?!

(Domenico maakt eveneens een smekend gebaar, Sylvestro overwonnen valt op de knieën).

Sylvestro. Vergiffenis?!

Domenico (als in extase). Dank, Dank!

Savonarola (zacht). Geef ons Uw Vrede!

(Een pauze. Dit supreme moment wordt verstoord door den Cipier, die scheldend en tierend binnen komt).

3e Tooneel. (Savonarola. – Domenico. – Sylvestro. – De Cipier).

Cipier. Gauw, gauw! ’t Is over tijd! Daar komt een hooge.

Signor Orlando, die ook rechter was.

Vort, schoeljes, eerst naar ’t hok, dan naar de galg!

(Terwijl de Cipier Domenico en Sylvestro de zijdeur uitdrijft, komt door de middendeur Orlando. Savonarola in zichzelf gekeerd, is nauwelijks bewust van wat er om hem heen voorvalt. Orlando staat opvallend eerbiedig af te wachten tot Savonarola hem aanziet).

(Slot volgt.)