is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 3, 1929-1930, 1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mers hadden door het gebruik van cothurnen, hooge tooneellaarzen, hoogere gestalten en zoo kon bij hen het hoofd ook vergroot worden zonder te zeer den indruk te verstoren. Voorts werd het masker nu en dan tegen een ander verruild, naarmate het stuk voortschreed en de rol in een andere fase kwam, de held een verandering onderging. En ten slotte hielpen geluidversterkers de stem dragen over groote afstanden, daar de Grieksche stukken werden opgevoerd voor een duizendkoppige menigte.

Ons modern tooneel zal de genoemde fouten dienen te vermijden op een andere wijze, n.l. op die der Balineezen. Deze gebruiken voor de sprekende rollen slechts een half masker, dat alleen het bovendeel van het gelaat bedekt en niet over het hoofd gaat, zoodat dit niet wordt vergroot. Doordat het ondergedeelte vrij blijft, wordt de stem vrij en kan tevens een groote schakeering nog worden gegeven in de gelaatsuitdrukking. In het bovendeel van het gelaat wordt het domineerende van het karakter weergegeven, dat door het varieerende ondergedeelte rijk kan worden genuanceerd. Deze oplossing is hoogst gelukkig en levert in de praktijk schitterende uitkomsten. De stomme personagiën krijgen een masker dat ook het onderdeel van het gelaat bedekt, maar ook weder niet óver het hoofd gaat, dus het hoofd niet vergroot. Daar wordt de nuanceering alleen verkregen door stand en belichting van het masker, hetgeen voldoende is. Wij raden dus dengenen, die het maskerspel in ons land willen ontwikkelen met klem het inslaan van deze richting aan.

In verband hiermede willen wij er op wijzen, hoe het volstrekt niet noodig is voor de toepassing van het masker te wachten, tot oorspronkelijke stukken zijn geschreven, waarin alle rollen maskers behoeven. Er zijn verscheidene Nederlandsche stukken, waarin slechts een deel der rollen met veel effekt maskers zou kunnen gebruiken, om een voorbeeld te noemen: de duivelsrollen in verschillende werken van Vondel. In het algemeen is het masker geschikt voor bovenaardsche of bovennatuurlijke wezens, verder voor sterk elementaire typen en karakters. Men kan bijv. den in een wankele wereld zichzelf blijvenden held daarmede willen typeeren. In mijn eigen stuk Harald de Skalde zou ik zeker bij een opvoering gaarne den dondergod Donar een expressief masker zien verleend, en waar de Balineezen in staat bleken prachtige diermaskers te scheppen, vraag ik mij af, of de beer in het stuk ook niet een typeerend masker kan dragen. Het zou mij niet verwonderen, als ook andere schrijvers in verschillende hunner werken sommige rollen gaarne met maskers zagen vertolkt, en zelfs in een zoo oud Nederlandsch stuk als Elckerlyc zou een bekwaam beeldhouwer voor de Dood een krachtig sprekend masker kunnen ontwerpen. Voor proeven met maskers is het niet noodzakelijk te wachten op buitenlandsch 'verk. AUGUST HEYTING