is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 3, 1929-1930, 1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Drie boeken (vergelijkende critiekj

Dr. W. VAN KONIJNENBURG.

I. Stefan Zweig; Joseph Fouché. (Insel Verlag, 1929).

11. A. M. de Jong: Kruisende Wegen, een roman in vier episoden. (Querido, 1929).

111. E. Zamlatine: Nous Autres. Trad. Cauvet Duhamel. (Gallimard, 1929).

1

Men zegt dat de lijfspreuk van den Franschen staatsman Talleyrand, hertog van Perigord, was:

~Het woord is ons gegeven om onze gedachten te verbergen . Wellicht herinnerden deze drie schrijvers zich, zij het dan ook onbewust, dit gezegde toen zij een titel voor hun werk moesten bedenken.

Zweig is bescheiden, hij kondigt een biografie aan, doch hij geeft ons een kunstwerk. Zijn stof ontleent hij aan het leven van een der merkwaardigste figuren uit de geschiedenis, Joseph Fouché, later Hertog van Otranto, gewetenloos mystificator, beurtelings aanhanger van Girondijnen, Jacobijnen, van het Directoire, het Consulaat en o ironie der geschiedenis, van de Bourbons, multi-millionnair, een hoogst antipathiek doch ook een interessant mensch.

De Jong maakt meer reclame, hij noemt zijn werk een roman in vier episoden, doch hij verrijkt, of liever verarmt de vaderlandsche letteren met een op de Russische revolutie geïnspireerde politieke belijdenis. De revolutie van De Jong is er een van papier. De strijd gaat in hoofdzaak tusschen een phrasenmakenden papieren maniak en een mallotigen papieren koning.

Zamiatine zwijgt, op zich zelf niet onverdienstelijk, tevens daarmede het principe van het dubbele standpunt huldigende. ~Nous Autres , zijn dat de weinige communisten nü, of de weinige anti-communisten in Zamiatine s heilstaat? Waarschijnlijk het laatste, doch dan gaan ’s schrijvers sympathiën in hoofdzaak uit naar de niet-communisten.

Zweig leeft, de polsslag van het leven klopt en hamert door zijn werk, hij sleurt ons voort met adem beklemmenden vaart door het bloed- en tranendal der Fransche revolutie. Bovenal is hij literator, daarnaast historicus en scherp psychiater.

De Jong is dood, zooals iedere papieren belijdenis dood is, zooals het niet doorleefde, het niet begrepene dood is en blijft, of hoogstens een aangeleerde formule kan worden. Hij gunt echter het arme kadaver niet eens een behoorlijke begrafenis, doch zeult het door vier lange episoden van slaapverwekkende verveling.