is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 3, 1929-1930, 1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In ieder menschenhart ...

In ieder menschenhart ligt wel begraven

Eén schoone liefde onder een zware zerk,

Waarover daaglijks de gedachten draven

Van koele plicht en onvermijdlijk werk.

Maar ’s avonds, als de gouden zonnestaven

Dwars door de vensters dalen in de kerk

Van onze ziel, zijn wij verloste slaven:

Eén uur door vrijdom van gedachte sterk.

En menig onzer is zoo dwaas nog wel

Om, door die kracht verbijsterd, te gelooven

Dat hij dien killen steen wel heffen kan.

En dat de liefde, stralend als voor jaren, dan

Herrijzen zal, totdat de slaap komt dooven

De korte schoonheid van het poovre spel.

HERMAN MIDDENDORP.