is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 3, 1929-1930, 1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rod. bresdin

ETS

Dit moet ons dus wel duidelijk zijn, dat Bresdin zich een uitdrukkingsmiddel had bemachtigd en welk een middel vond hij in de nu eens straffe dan weer aarzelende, doch altijd ~gedreven” lijnvoering zijner teekeningen! dat, hoe het ook in z’n weergalooze detailleering telkens weer tot het omringende voedende leven terugvoerde, hem in staat stelde de meest weidsche perspectieven van den geest te volgen.

Een academicus was hij nimmer en hij begreep van het academisme dan ook niets. Ook over de kleur liet hij zich eens typisch uit: ~de kleur is het leven zelf, zij vernietigt de lijn onder haar uitstraling.” En inderdaad deze wonderlijke graficus had geen kleur van noode om het leven naar zijn diepste potenties te peilen en het te verbeelden in de wonderlijkste schakeeringen. De meest subtiele nuanceeringen bereikte hij in het zwart, dat hij met z n kleurgevoelige oogen wist te verdiepen tot een mysterieuze dracht.

Ik denk hier aan het prachtige groote blad, de litho Barmhartige Samaritaan, die in het detailwerk aan de kopergravuren van Dürer herinnert. Het is een prent, die ge op de hand onder de loupe kunt bekijken, feitelijk een enorm uitvoerige penteekening op steen. Maar wonderlijk is het hoe groot al die onontwarbare wriemelende details van boomen, apen, uilen, raven, etc. zijn gehouden, waarbij in’t midden van de prent de hoofdfiguren haast schuil gaan. Ge ziet daar in een doorkijk van het woud een rivier, waaraan een sprookjesstad is gelegen. Wie goed kijkt, ontwaart achter de groep van den kameel, den Samaritaan en den gewonde nog