is toegevoegd aan je favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 4, 1930-1931, 1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en in dien tijd wordt het ochtendblad alweer gedrukt

de rotatiepersen dreunen

tempo, tempo

~markt lusteloos

stemming gedrukt

toeneming der werkeloosheid

en de ernst van den toestand”

de wereld is een halve slag gedraaid

en geeuwend rekt de directeur zich uit voor het raam van de slaapkamer: ~ al weer regen”

De laatste deerne

In den nacht ben ik tot haar gekomen.

Niet eenmaal boog zij loom haar hoofd.

Zij heeft stil mijn hand genomen

en mij de weelde van haar schoot beloofd.

De oogen, brandend van verholen pijn,

’t Hart gevangen in nijpend begeeren.

Kind, dit moet het einde zijn.

dat wij niet van ons konden weren.

Sterrenregen en flakkerend vuur

in de haard van de oude taveerne.

Wij zijn de eenigen, die weenen in dit uur:

ik en de laatste deerne.

SJOERD BROERSMA.

1928.