is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 4, 1930-1931, 1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit voor dezen dichter vrij vlotte dramatische werk, dagteekent naar wij meenen uit zijn jeugdperiode, en is daardoor typisch als studiemateriaal, bij de verdere, diepere ontwikkeling van de Mérode, zooals wij die kennen uit zijn latere, hoofdzakelijk lyrische poëzie, die zijn grootste verdienste bij alle andere beoordeeling zal handhaven.

De uitgeverij zorgde voor een net voorkomen van dit werkje.

VAN OOSTEN.

DE UITGEVER EN ZIJN BEDRIJF. J. Tersteeg.

(Uitg. van den Ned. Uitgeversbond, A’dam 1930)

In dit uitstekend verzorgd ~reclameboekje” vertelt de auteur verschillende merkwaardige dingen van de uitgeverij. Als een handig gids leidt hij rond van het eene geval naar het andere. De relaties worden erin vermeld van den uitgever tot drukkers, boekbinders, boekhandelaren en publiek. Ook tot de schrijvers van boeken. Bij alle eerstgenoemde categorieën vertoont de samensteller een groote lenigheid bij de behandeling van zijn stof, waardoor het werkje zeer leesbaar wordt. Heeft hij bij de behandeling van de verhouding uitgever—schrijver eenige aarzeling moeten overwinnen? Zelf geeft hij het antwoord: ja. Dit zegt veel maar verklaart niet alles. Ook niet wat hij verder aanvoert over de redenen tot de eeuwigdurende wrijving tusschen beide groepen. De moeilijkheid voor de schrijvers om zich tegen het door dézen schrijver beweerde te verdedigen en te rechtvaardigen, is onoverkomelijk, want geen uitgeverij zal een geschrift laten verschijnen, waarin zulks geschiedt. Mogelijk ook zal geen enkel schrijver licht tot een verweer van zijn ~zaken-leven” tegenover deze zakenlieden lust gevoelen.

Hiermede wil niet gezegd zijn dat er nergens sprake is van de „twee-eenheid”: schrijver—uitgever, waarin beide componenten elkaar naar tevredenheid dienstig zijn. Alleen moge de heer Tersteeg bedenken, dat er nog nooit een uitgever gesneuveld is door de te hooge eischen van zijn auteurs; of het omgekeerde wel eens is voorgekomen is mij niet bekend, doch verwonderlijk ware dat niet. En dan geldt: dat voor een gefailleerden uitgever gemakkelijker een nieuwe positie is te vinden, dan voor een gedesillusioneerd literator nieuwe geestkracht. Moge deze vergelijking ietwat overdreven zijn, zij behelst een zuiverder stelling der waarden, dan wanneer alleen het commercieel element deze betracht.

VAN OOSTEN.