is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 4, 1930-1931, 1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid der stemmingen en der tragiek komt daar een snelle sensatie van geluk in de plaats, die aan metrische en rhytmische beperkingen niet zooveel concessies meer doet, en de herfstbloemen wuivend en met een glimlach den zilveren dood laat verwachten. Wellicht brengt een zonniger zielsgesteldheid buiten de religieuze, nog andere krachten tegen haar levensrelativisme in de weer en wordt ~De Afstand” als phase in haar ontwikkeling voorgoed afgesloten!

VAN OOSTEN.

AGAMEMNOON. Naar het Grieksch van Aischylos door P. C. Bontens.

(W. L. en J. Brusse’s Uitg. Mij. N.V., Rotterdam 1930)

Dèrde druk van de vertaling van dit Grieksche treurspel, door den vertaler terecht gekenschetst als ~het spel van Klytaimestra”. Bontens’ arbeid als hér-dichter dezer oude drama’s (buiten ~Agamemnoon” vermeldt de catalogus nog een aantal andere overzettingen) wordt blijkbaar op prijs gesteld.

Inderdaad voor wie met toewijding door het strakke Hoog-Nederlandsch waarin deze dichter zich uit, heenleest is de geest van de oude Grieksche cultuur in duidelijke manifestatie waarneembaar, wordt de pracht van compositie en context ontsloten. Naast deze eerste eisch van vertaalkunst komt er een tweede in geding: dat de oorspronkelijke poëzie weder poëzie geworden is. Ook hier heeft de vertaler herscheppend werk gedaan, het donker doordeinend rythme moge dan al niet de maatslag weergeven der oude Grieksche koren, het slaat in voortdurende stuwing tusschen de boorden van dialoog en reizang. Zoo, waar de vrouw, wier drama dit is, verhaalt hoe de tijding van den val van Troia haar bereikte langs den keten van vuursignalen, ontstoken door de overwinnaars, Agamemnoons legerscharen:

,,Vuur was postmeester, de ééne baak gelastte de aêr

hierheen. Eerst Ida seinde naar Hermaions rots

op Lemnos. Als derde, over van het eiland, nam

Zeus steile zetel Athos ’t groote vuursinjaal.

en keilend over Eolfruff. boven alles uit

>.11 ivciiciiia uvcr goiirug. Doven alles uit, snelde de koene fakkellooper toen — o lust

te zien! in gouden glorie als een tweede zon

met stralenboodschap op Makistos’ uitkijk af.

en niet uit traagheid of door zorgloosheids slaao

verwonnen bleef deze achter in zijn bodebeurt,

maar ver over de stroomen van de Eunpos kwam

t licht seinend tot de wachters van Messapios,

vlammenantwoord dat meteen t bericht doorzond

staken in brand die, hoop van dordroog heidekruid.

Geen oogenblik verduisterd maar in volle kracht

rees toen de fakkel op over Asopos’ plein

als mane vol-hel, dan tegen Kithairoons rots

wekte het vuur te reizen ander tijdlijk huis.