is toegevoegd aan je favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 4, 1930-1931, 1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en gastvrij nam de wacht het op, en ’t ste«;g

ten hemel uit eer ’t verder snelde op zijnen tocht.

Toen over ’t meer Gorgopis sprong te dansen ’t licht

en kwam zoo veilig op berg Aigiplanktos aan;

daar joeg ’t een zwerrem vonkend vuur op in de lucht,

dat door ’t onkarig krachtig stoken vlammend zwol.

reuzige lichtbaard die, al verder, oversloeg

ter steilte die ’t Saronisch golfbed overziet.

en plotseling als door bliksem stond in vuur en vlam

Cll pHJLÖtillllS «lO berg Arachnaios die de buurpost is der stad.

Vandaar sloeg neer op dit dak van t Atreidenhuis

dat licht, in rechte linie Ida’s vuur ontstamd. . . .

Deze wijze van zeggen moge niet rationeel zijn als den tijd waarin vertaler en lezers leven, dynamisch is ze ongetwijfeld, en in haar elementen toch verwant aan verleden en heden beide. En waar het ons onmogelijk voorkomt dat een jong hedendaagsch dichter nog zal kunnen komen tot de concentratie die voor een dergelijke vertaling noodig is, moeten wij een overzetting als deze, zoo goed uit literair als uit cultureel motief volstrekt waardeeren.

De uitgever zorgde voor een uitvoering van dit werk: in stijl. VAN OOSTEN.

~HET VUURWERK”, een bundel strophen. A. J. D. van Oosten. De Gemeenschap, Utrecht 1930.

Korte strophen van vijf regels, sommige rein-beschrijvend, of directe, subjectieve uitingen van een gemoedsgesteldheid, de meeste humoristisch, ironisch of spottend, doch schier overal met een wrangen, bitteren ondertoon. Bedoeld de titel zegt het reeds puntig, scherp, flitsend, raak; in dat opzicht evenwel lang niet overal geslaagd. Men voelt de bedoeling, raadt de gedachte, doch mist dat tot-het-uiterste-toegespitst-zijn, hier vereischt; men mist óók het doorvoeren van een eenmaal gebruikt beeld tot in uiterste consequentie.

Van dit laatste een voorbeeld, dat voor zichzelf spreekt

Wereldgang.

Gelijk een zeepbel uit een pijpekop,

zijt, wereld, gij uit schuim en damp gerezen,

en hoe gij trots in kleuren draait na dezen —

’t spat alles straks in kruim en krinkels op.

Maar dat is niets, draaf vroolijk uw galop!

Juist de niet als ~vuurwerk” bedoelde, juist de niet-ironische strophen zijn veelal de beste. Mooi als beeld (ook als klankbeeld) b.v. de ~Schakelbordwachter :

Hij sluipt voorzichtig rond door de turbine-hal

een dampend dier, grof, harig en gespierd.

hij tart de drift van wat daar gromt en tiert —

de temmer in de wildebeestenstal,

de norsche god die het heelal bestiert.