is toegevoegd aan je favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 6, 1932-1933, no 7, 1932

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GRAPHISCHE KUNST

De oorsprong van het woord ligt in het Grieksche werkwoord „graphein” (schrijven), dus wordt ermee alle schrijf- en teekenkunst aangeduid. Schrijf- en teekenkunst.... zijn ze niet onderling heel na verwant? Wie denkt hier niet aan onze middeleeuwsche handschriften met hun geteekende letters, rondom omgeven door vrij geteekend ornament, soms verlevendigd met tal van figuurtjes, waarin de schrijver-teekenaar geheel ongebonden zijn stemming, zijn fantasie, zijn gevoel voor humor ook, den vrijen loop kon laten. En in de initialen, de groote hoofdletters, bereikte de combinatie van schrift en teekening wel een hoogtepunt. Heele tafereelen, een aanbidding, een kruisiging, wat niet al, vinden we daar binnen de letter afgebeeld.

)Vie denkt echter ook daarnaast niet aan de kunst van het verre Oosten, aan China en Japan, waar de letter- liever woordteekens, in oneindige verscheidenheid neergepenseeld worden en waar dezelfde calligrafische zwier, elegance of strakheid tot ons spreekt in de enkele lijnen, waaruit de heele teekening is opgebouwd. Daar is de eenheid van schrift en teekening zoo mogelijk nog grooter. De opschriften vormen een geheel met de teekening zelf; de signatuur, in ons anders geaarde Westen meestentijds in een hoekje weggestopt, in ieder geval als iets heterogeens beschouwd, is daar tot onverbreeklijke eenheid met de voorstelling samengebonden. Het kan ons dan ook nauwelijks verwonderen als we hooren, dat de appreciatie van zulke kunstwerken zich daar hoofdzakelijk richt naar de kwaliteit van het lijnenspel. Daardoor ook ontstaan die verschillen van meening tuschen Oost en West over kunstenaars als b.v. den teekenaar en schilder Hokusai. De Europeaan bewondert in hem de meesterlijke en directe karakteristiek, met geringe middelen voortgebracht, de Japanner daarentegen stelt hem belangrijk minder hoog, daar het realisme en de warrelige, veelvuldig gebroken lijnen van dezen meester den verfijnden genieter van het vloeiende lineament allerminst bekoren kunnen.

Het is trouwens deze zelfde liefde voor de lijn en voor de allerzuiverste (ik zou haast zegen: de reinste) vorm, die in

DE DELVER VI, No. 7