is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 7, 1933-1934, no 7, 1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tibeert. Waren het heer Reinout,h leerzen ofte die mee, die ik droeg'?

Eli pakt gy nu niet iiietter vaart ter dore nut, dregede Katharyne, zoo zullen wy u in die vangnesse leggen. Daar moet gy die dood ontvaan. Die kater zal u verbyten!

Die liebgierige liroeders vloën oni die anxene van der dood.

Teliand wonde nu Katharyne die zwendesse in den vyver anevaan. Reinout bad dat Tilieert beu zoude gezellen.

Neen, zeide Katharyne, liy moet liet Inms wachten voor den dief.

Ik en minne ’t water min no meere, sprak Tibeert. Nu toe, gy moet u tot u zelven keeren ende niet bloode en zyn, maar onverveerd. Dy moet u verbonden, al en ben ik niet met u. Dikwyle helpt den man die zake daar hy zelve die hand aan slaat, onveiwoerd. Dv moet u verhouden, al en ben ik niet met u. Dik-

Ende Reinout ging zonder den kater ten watere waart