is toegevoegd aan je favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 8, 1934-1935, no 1, 1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtige blokken met zich brengt? En dat is nog weinig, vergeleken met het opeenstapelen dier blokken en het dichten der gewelven. Want ook deze waren van steen. De achterste kapel, dezelfde, waar we nog een steenen kast aantreffen, zóó gaaf, als ware deze eerst gisteren gemaakt, vertoont nog het begin van een koepelgewelf. O, het is niet meer dan het onderste gedeelte, maar dat is toch al iets, waar de schokken van aardbevingen en de geleidelijke aftakeling van tientallen eeuwen, over het algemeen niets anders overlieten dan eenige muren en wat stukken gebeeldhouwde steen. Tevergeefs vraagt men zich af welke ceremoniën hier hebben plaats gevonden. Van welken aard waren de ons onbekende mysteriën van een ons onbekenden godsdienst, die hier gevierd werden, een godsdienst, die veel bloedige offers eischte, tot welgevallen of ter verzoening van onzichtbare machten, soms vereerd in de gedaante van een beeld of ook eenvoudig gesymboliseerd door steenen kegels. Een vernuftig geconstrueerde orakelkamer in den oudsten tempel, die overigens reeds bij den bouw van den tweeden tempel voor een groot deel afgebroken werd, toont dat de godheid van haar kant zich langs dezen weg aan de menschen kenbaar heette te maken. Dit is vrijwel het eenige, dat we met eenige zekerheid kunnen zeggen. Parallellen met andere primitieve godsdiensten geven daarbij wellicht nog eenig nader inzicht in de gebezigde symbolen, doch veel is onbekend. Slechts de steenen van den tempel, een aantal gebruikte voorwerpen en de beeldjes der vrouwen met de kokette strookjesrokken bleven als stomme getuigen van een verdwenen beschaving.

De auto, de weg naar de hoofdstad, alles verplaatst ons weer midden in den modernen tijd. In het voorbijrijden zien we even een stuk van de haven met zijn bruisend leven, met de groote schepen, die van alle kanten naar dit centrum van de Middellandsche Zee gekomen zijn. En daar valt me plotseling het woord van een Malteesch historicus in, die meende dat reeds in prae-historischen tijden dit eiland een centrum van leven geweest moet zijn, een soort van heilige plaats voor de bewoners der kustlanden. . . . Is het ook niet altijd een belangrijk centraal punt gebleven? Juist de vele herinneringen aan een krachtig, rijk verleden, tezamen met het leven van een krachtig heden en de schoonheid van een geheel Zuidelijke natuur maken dit eiland in ieder opzicht zoo uitermate boeiend, èn voor den historicus, èn voor den kunstenaar, èn voor den gewonen reiziger, die voor al deze dingen een open oog heeft.

Dr. FR. VAN THIENEN.