is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 8, 1934-1935, no 8, 1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RADEN MAS JODJANA (Buste door den beeldhouwer Altorf).

stelling dat de Renaissance-gevels op de Hollandsche pleinen Italiaansche kunst zouden zijn. Evenals de Hollandsche Renaissance zich ontwikkelde onafhankelijk van Italië, hoewel door de groote Italiaansche kunstbeweging geïnspireerd, zoo hebben onze Javaansche kunstenaars hoewel geïnspireerd door de opbloeiende Hindoekunst, zich volkomen onafhankelijk en Javaansch ontwikkeld."

Een der belangrijkste eigenschappen van den Javaanschen dans is het uitbeelden zoowel ornamentaal als symbolisch van bepaalde karakter-eigenschappen en psychische toestanden. De danser is het medium waarin het karakter van den Heilige of den Held zich manifesteert. Tot op zekere hoogte is het Oostersch dansen dus acteeren. Alleen kent ons Westersch Tooneelspel, sinds het van Misterie- en Mirakelspel wereldsch Tooneel werd, niet meer die mystiek religieuse vervoering die het Oostersche dansen nog eigen bleef.

De Westersche Tooneelspeler of danser speelt naar buiten uit. Hij is; actief. Expressief. Expressie en actie zijn voor hem nauwverwant. Zijn kunst is bezwerend magisch.

De Oostersche acteur-danser is, hoewel hij gebaren maakt: passief. Zijn kunst is bezield mystiek.

De oogen van den Westerschen acteur zien naar buiten. De spanning die hij brengt is: hypnose.