is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 9, 1935-1936, no 7, 1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET MUZIEKHISTORISCH MUSEUM IN DEN HAAG ||

D ij de Europeesche afdeeling konden wij niet uitgaan van de gedachte ons bij de opstelling van de exotische speeltuigen geleid heeft: ieder land het zijne; want wij zouden dan in tallooze herhalingen moeten vervallen. Verschillende volkeren hebben weliswaar enkele nationale instrumenten gehad, maar slechts bij uitzondering zijn die tot het land van oorsprong beperkt gebleven. Castagnettten kunnen wij ons niet goed voorstellen in andere handen dan Spaansche, op de Balalaika zien wij in gedachten slechts kleurig gerokte Russen spelen, maar over het algemeen heeft het contact der volkeren niet alleen de handelsproducten, maar ook de muziekinstrumenten van land naar land gevoerd. Was deze omstandigheid reeds voldoende om van een landenverdeeling af te zien, in een ander essentieel verschil met het Oosten vonden wij een positieve reden, bij onze opstelling niet de landen, maar de soort instrumenten als richtsnoer te nemen. Bij de bespreking van de exotische speeltuigen hebben wij opgemerkt, dat bij deze van een ontwikkeling niet gesproken kan worden; bij de Europeesche instrumenten is het tegendeel het geval. Om nu dien ontwikkelingsgang te kunnen toonen, leek het ons van het grootste belang, een zelfde instrument in zijn verschillende staten in een zelfde zaal onder te brengen. Zoo zijn wij er toe gekomen gelijksoortige instrumenten bij elkaar te houden. In één zaal zijn de blaasinstrumenten ook de orgels en harmoniums hierbij inbegrepen geplaatst, in twee andere de toetsen tokkelinstrumenten, terwijl de strijkinstrumenten in een vierde zaal zijn opgesteld.

Volkomen streng konden wij ons aan die indeeling niet houden. Zoo hebben wij ons de vrijheid veroorloofd, dadelijk in de zaal van de blaasinstrumten enkele speeltuigen te plaatsen die er niet thuis hooren, o.a. de Glasharmonica, een instrument, niet alleen merkwaardig door zijn uitvinder, den staatsman-natuurkundige. Benjamin Franklin, maar ook doordat het zoo’n bijzonder teeren klank heeft en toch betrekkelijk gauw is vergeten. Het is een verfijnd glazenspel (verrillon), waarbij een reeks glazen kommen van verschillende grootte, in elkaar sluitend en om een spil draaiend, door de vingertoppen in trilling gebracht worden. Hét viel een poos lang zeer in den smaak, zelfs Mozart heeft er een stuk voor gecomponeerd, maar het is gauw verlaten, waarschijnlijk ten gevolge van de zenuw-

DE DELVER JX No. 7