is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 10, 1936-1937, no 10, 1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laatste wensch

I k laat mijn kinderen alles erven.

• Ik weet: ze zitten er naar te haken.

Ze praten s avonds over mijn sterven.

Ze vinden dat ik voort moet maken.

Overdag zijn ze zorgzaam en goed

en trachten ze mijn ziekte te rekken.

Ze weten wel dat ik sterven moet

al kwijlen „beterschap” hun bekken.

Kinders, jullie krijgen alle duiten:

het huis, de meubels, de landerijen toe.

Saluut, ik ga mijn oogen sluiten.

Ik ben zoo godvergeten moe.

Maar komt nog eenmaal aan mijn bed,

gezonde slungels, vlassend op mijn duiten,

gun je vader nog die laatste pret

een hartgegronde wensch te uiten:

Ik hoop dat God jullie zal gedenken

met een doodstrijd, zoo afschuwelijk en wreed

als zelfs geen duivel kan bedenken

en waar geen dokter raad op weet,

en dat jullie dan aan vader denken.

B. ROEST CROLLIUS