is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 11, 1937-1938, no 10, 1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ROSWITHA BITTERLICH . . . EEN VERDEDIGING . . .

r— en verdediging.... Nu zullen vele menschen „die het weten" verontwaardigd worden, of medelijdend de schouders ophalen. Want vrijwel „en bloc" hebben zij Roswitha „afgemaakt" terwijl het publiek opkwam in drommen en er allerlei te bewonderen vond, heusch niet alleen onder suggestie van hei „wonderkind".

In alle critieken is gesproken over het werk en over de reclame die ervoor gemaakt werd, alsof het eerste iets met het tweede had uit te staan. ... en bovendien werd rijp en groen tentoongesteld.

Goed de reclame is voor Europeesche begrippen te ver doorgevoerd en weinig sympathiek. Maar Roswitha is het niet, die reclame gemaakt heeft. Zonder deze zou haar werk onzen landslieden, bewonderaars en critici, alleen niet onder oogen zijn gekomen. Doch voor haar zelve had dit niets uitgemaakt, want ook zonder drang van buiten en zonder tentoonstellingen en zonder publiciteit zou het zijn ontstaan, even fantasievol en even verscheiden. Verscheiden. . . . foei nu eens bewerkf op deze wijze, dan weer op die, nu eens in krachtige vlakken zwart-wit, dan weer met heel teere lijntjes, uit losjes zwierende pen voortgevloeid. Waarom in vredesnaam, waarom mag een jong talent van zoo uitzonderlijke begaafdheid nief naar geheel uifeenloopende oplossingen zoeken? Waarom mag zij niet zoeken naar de wijze van uitdrukken en de techniek, die haar op een bepaald moment het beste of het aantrekkelijkste lijkt? Ja de kunsthistorici van de toekomst krijgen het daardoor moeilijker dit oeuvre aan technische bijzonderheden te herkennen en tot een geheel samen te stellen, tenzij zij wijs genoeg zijn om door de uiteenloopende wijzen van behandeling heen te zien en den geest te herkennen met zijn ongebreidelde fantasie, met zijn sarkasme, zijn medelijden en zijn humor. Dat Roswitha nu eens hier inspiratie vond, dan weer daar, nu eens bij oude Gotische Madonnabeelden, dan weer bij Pieter Brueghel, is dat zoo erg? In de uitvoering wordt het resultaat noch Gotisch, noch Brueghel, maar Roswitha en hoe... .1