is toegevoegd aan je favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 13, 1939-1940, no 7, 1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een zwier; maar tegelijkertijd was hij róók, omdat hij daartoe de kunde bezat. Neem honderd schilders van vroeger en honderd van vandaag, vooral onder de ultra's, en laat ze elkanders werk naschilderen, dan zou je de laatsten eens zien stumperen en de eersten zouden er hun hand zelfs niet voor omdraaien."

„Ook een logica," meende de moderne. „Wat heeft copieeren met kunst te maken?"

„Niets. Maar 't heeft iets te maken met kunde."

„Kunde, kunde, kunde, daar maak je geen kunstwerk mee." „Neen. Doch met onkunde zéker niet, van logica gesprokenl" „Wees niet ondankbaar tegen de ismen," mengde de vierde zich ertusschen. ~Daaraan hebben we te danken, dat we het verstarde academisme kapot maakten en ons de middelen weer bewust zijn geworden."

„Alles goed," antwoordde de tweede, „maar het moet ook u i t het bewustzijn komen door je vingers heen. Ik wil graag de noodzaak van de doorbraak der ismen erkennen, ze waren trouwens niet tegen te houden maar ik vraag me den laatsten tijd toch ook af, of we ons met die ismen niet erg opgeblazen hebben en of er niet veel in bijv. de Mexicaansche kunst is geweest, dat van echter kubistischen geest getuigt dan de onze; of een Jeroen Bosch niet werelden van dieper en waarachtiger surréalisme heeft geschapen, dan wat er thans daarin wordt voortgebracht; of bijv. een El Greco niet al onze expressionisten aan expressionisme overtreft; of bijv. de primitieven en de Hollandsche meesters de „zaaklijkheid" niet puristischer penseelden, dan de nieuw-zaaklijken. En van abstract gesproken, is er abstracter kunst dan de Japansche? Maar een abstractie uit welk een waarneming en technische vaardigheid gewonnenl"

De eerste zei: „Je hebt gelijk, dat velen vandaag den dag al heel gauw tevreden zijn met zichzelf. En wat ze aan onderwerpen aandurven, is in den regel ook niet heel veel zaaks meer in vergelijking met vroeger."

„Daar heb je k u n d e voor noodig," zei de tweede halsstarrig, „want het meestal kleine onderwerp van heden, liefst op groote doeken, is m.i. óók geboren uit armoede daaraan."

” 3) „Alsof het onderwerp de kunstwaarde uitmaakt," schamperde de moderne.

„Je hebt je kunstlesjes goed geleerd, maar ik stel tegenover jouw uitspraak deze, dat de grootere geest vanzelf ook naar den grooteren inhoud uitgaat. Schilder liever eens iets belangrijkers, dan een lineair strakke tafel tegen een grijs fond en kwast eens iets anders dan menschen als wiskundige formules op je doek.

Eén schilderij van Brenghel zou jou voor tien levens aan onderwerpen opleveren."