is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 13, 1939-1940, no 10, 1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEVEN OVER KUNST

AAN MIJN VRIEND

MARTIN VAN WANING

V.

TOEKOMST.

„DIE GEDANKEN KOMMEN WIEDER. DIE ÜBERZEUGUNGEN PFLANZEN SICH FORT. DIE ZUstAnde geren UNWIEDER BRINGLICH VORÜBER.”

GOETHE

Amice Martin;

De toekomst van de kunst, welk een onderwerp! Inderdaad, een profeet ben ik niet, maar belangstelling heb ik voldoende. Laten wij beginnen met vast te stellen, dat er verschillende partijen bij betrokken zijn. De kunstzinnigheid in ons leven is ondenkbaar zonder artiest, zonder hen die reproduceeren en zonder de werken zelf, die daarbij als schakel van verbinding dienst doen. Een prognose op dit moeilijke terrein zal allereerst van de praemisse dienen uit te gaan, dat de primaire oorzaak, de aanleiding tot het scheppen van kunstwerken, zal veranderen.

Daarmede is nu niet bepaald iets nieuws gezegd. Is er wel iets dat niet in en door den tijd van aspect verandert?

Zoolang de mensch conflicten zal oplossen in scheppingen, zoolang zal er kunst geproduceerd worden. De vraag is dus, of in de toekomst een toeneming van conflicten verwacht mag worden.

Voorspellen heeft in dit verband weinig zin, men kan alleen stellen, dat de conflicten en daarmede de scheppingen van karakter zullen veranderen. In en door de vrijheid van den modernen mensch zijn b.v. een aantal religieuse conflicten vervallen. Wat echter voor de samenleving in het algemeen geldt, gaat nog niet op voor het individu. Persoonlijke religieuse conflicten zijn er thans net zooals vroeger. Het verschil is alleen, dat werken hierop geïnspireerd thans minder algemeen waardeering ondervinden; de basis der reproductie is weggevallen.

Belangrijker dan het religieuse conflict, is sedert lang het sociale. Zij die hierin de motor van hun werk vinden, mogen dan ook verwachten meer belangstelling te ontmoeten. Doch ook deze