is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 14, 1940-1941, no 4, 1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET KLAVIERBOEK VAN ANNA MARIA VAN EIJL

EEN NEDERLANDSCH MUZIEK HANDSCHRIFT VAN 1671

Een strooptocht langs de Amsterdamsche boekenmarkten bracht mij in November 1931 tegen een schappelijken prijs in het bezit van Dr. D. F. Scheurleer's mooie boek over „Het muziekleven

van Amsterdam in de 17e eeuw". Er is, naar ik meen, nog veel te weinig aandacht besteed aan dit belangrijke werk, waarin, op eenigszins artistiek-ordelooze wijze, een menigte kostbaar materiaal in woord en beeld is bijeengebracht en waarin interessante uitgangspunten zijn te vinden voor verdere onderzoekingsreizen in het nog altijd hoogst onvoldoende ontgonnen terrein van onze oud-vaderlandsche instrumentale en vocale muziek.

De ontdekkingen liggen hier nog voor het opscheppenl Zoo geeft Scheurleer, op blz. 84, een facsimile van een compositie voor twee luiten uit 1615, getiteld „Estce Mars". Bij het uitwerken van de tabulatuur bleek mij, dat we hier inderdaad te doen hebben met dezelfde melodie van het latere „Wie gaat mee over zee, hou je roer recht", waarop Sweelinck zijn terecht beroemde variaties heeft geschreven, hier echter in Bes en in een 4- d 5-stemmige zetting, waarvan vergelijking met de bewerking van Jan Pietersz. hoogst boeiend is.

Een ander notenvoorbeeld, dat sterk mijn aandacht trok, was de op pag. 74 afgebeelde fotografie naar twee bladzijden uit het handschrift van Anna Maria van Eijl, gedateerd 1671, uit het bezit der Ver. voor Noord-Ned. Muziekgeschiedenis. Hetgeen Scheurleer erover in den tekst meedeelt, is maar sober: een goed bewaard handschrift, merkwaardig voorbeeld van het repertorium van een toenmalig dilettant, bevattende, op in Holland gebruikelijk 6- lijnig muziekpapier, werken, meerendeels in variatievorm, van Gisb. Steenwich (Steenwick?-L.), organist te Arnhem, Georg Berff, organist te Deventer, Bar (ent) Broekhuizen (m.z. Brachthuysen.-L.), Scheidemann, Froberger en Gaspar Kerll, „de drie laatstgenoemden beroemde meesters". Ja, over de anderen, onze landgenooten, weten wij helaas niets, en hoezeer ten onrechte, kan juist uit dit handschrift blijken. De koraalbewerking, „Heiligh saligh Bethlehem" van Steenwick, die Scheurleer eruit heeft gereproduceerd, inderdaad een der beste stukjes van de verzameling, is een volledig meesterwerk in klein formaat.