is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 13, 1939-1940, no 2, 1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET DELFTSCHE SCHILDERSGILDE EN DE „SCHOOL VAN DELFT”

Door Dr. A. HEPPNER

at is roem? zoo luidt een gezegde. Meestal weet pas het nageslacht, wat werkelijk roemwaardig is. En soms heeft dit nageslacht hiervoor verbazend veel tijd noodigl De roem van de Deutsche schilder-school is voor dit verschijnsel een teekenend voorbeeld. Het duurde tot het jaar 1935, dat hij voor het eerst tot zijn vollen glans kwam; dit geschiedde n.l. in het naburige Rotterdam ter gelegenheid van de onvergetelijke tentoonstelling in het kort tevoren voltooide museum Boymans

Bij het aanschouwen van zulk een weelde aan kostelijke schilderstukken wilde het ons ongelooflijk toeschijnen, dat de kennis van de glorie der ~Delftsche School" onmiddellijk nd den bloeitijd verloren ging en dit ook bleef.... tot in onze eeuwl Zooiets was toch niet t.o.v. de andere Hollandsche kunst-centra gebeurd. Haarlem hield zijn oude traditie hoog als bedevaartplaats der vrienden van de kunst van Frans Hals en zijn school, en gedurig bestudeerden de bewonderaars van de kunst van Rembrandt (en diens kring) deze school in de Amstelstad.

Vermoedelijk is dit de oorzaak van deze stilte omtrent den Delftschen kunstschat: het voornaamste sieraad van een kostbare kroon was verloren geraakt. Wij bedoelen: VERMEER.

Een van de geestigste Fransche kunstgeleerden, zich noemendo W. Bürger (in werkelijkheid echter Thoré geheeten), verzamelde tusschen 1842 en 1866 met waren hartstocht alle gegevens, die hij over den meester, dien hij „mon sphinx" noemde, kon vinden. Méér nog: hij heeft alles gekocht, wat hij toen als van de hand van dien meester beschouwde. Vermeer was voor hem een raadsel, want hij kon nagenoeg niets meer over hem te weten komen, toen hij zijn werk voor het eerst ontmoette. Thoré-Bürger had n.l. in het Mauritshuis het „Gezicht op Delft" gezien en was een en al geestdrift. Men vraagt zich af, hoe kon

1) De voortreffelijke catalogus der tentoonstelling met inleiding van Dr. D. onder den titel „Vermeer, oorsprong en invloed" (Rotter-

u n Oud-Holland 1938, afl. I—3 „Thoré-Bürger en Holland. De ontdekker van Vermeer en zijn liefde voor Neerland's kunst".

DE DELVER XIII No, 2