is toegevoegd aan je favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 13, 1939-1940, no 8, 1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SCHOONHEID EN KUNST

VRAGEN DIE ZICH OPDRINGEN

Het blad „De Delver", dat ons zoo welwillend een nummer heeft afgestaan, geheel aan ons Genootschap gewijd, komt niet alleen onder de oogen van Kunstbroeders, maar ook onder die van vele Kunstliefhebbers, personen die, hoewel zelf geen scheppend Kunstenaar, met groote belangstelling en liefde de uitingen van Kunst beschouwen en er hun vreugde in vinden. En dat heeft de scheppende Kunstenaar noodig: belangstellenden in zijn werk.

Voor al diegenen zal het wel overbodig zijn, nogeens, na al wat over Kunst en het wezen daarvan is geschreven en gesproken, en waarvan dan stellig door de hier bedoelde categoriën van „Kunstminnenden" kennis is genomen, uit te willen leggen wat nu eigenlijk onder ~Kunst" wordt verstaan. Ze zullen allen nu wel weten, dat het hier niet gaat om minder of beter geslaagde nabootsing van de natuur, maar om de uitbeelding van een état d'ame. Zooals een bekend criticus dat eens in het kort uitdrukte: je ziel rythmisch weergeven. Meer zullen we er dus niet over zeggen.

Doch vragen dringen zich bij den belangstellende op: moet Kunst ook „schoon" zijn? Kan iets Kunst zijn en toch niet mooi, in den zin van „bekorend voor het oog"? Zeer zeker. Bij het ondergaan van Kunst beleeft men zoowel vreugde als smart, ja, alle gemoedstoestanden en die zijn zeker niet allen bekorend en kunnen dan ook niet bekorend worden weergegeven. De uitingswijze moet zich volkomen aanpassen aan de état d'ame. Dit is onontkomelijk. Is een mooi voorwerp van sierkunst altijd „Kunst"? Zeker niet, wanneer alleen sierlijkheid is beoogd, wél, indien men een geestelijke spanning kan aanvoelen in verband met die sierlijkheid. Met decoratieve Kunst is het ook zoo gesteld. Zelfs als figurale voorstellingen erin verwerkt zijn, kan het alleen „versiering zijn en schoonheid bezitten", zonder het kenmerk van Kunst in zich te dragen.

Dit wordt pas bereikt, indien een bepaalde geesteshouding erin tot uitdrukking is gekomen.

Is een met goeden smaak ingericht interieur een Kunstuiting? Niet als slechts een harmonieerende verzameling meubels en stoffeering bijeen is gebracht zonder meer.

Wèl indien er tevens een sfeer is geschapen, die van een geestelijke spanning getuigt.

DE DELVER XIII No. 8