is toegevoegd aan je favorieten.

Die constghesellen; maandblad voor de beeldende kunst-orgaan van de Nederlandsche Vereeniging van Kunsthandelaren, jrg 1, 1946, no 1, 15-07-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ROELOFS

Willem Roelofs Sr., de grondlegger van de Haagsche School, zooals men hem wel pleegt te noemen, is 10 Maart 1822 te Amsterdam geboren en hij overleed 12 Mei 1897 te Berchem hij Antwerpen, onderweg naar Brussel, waar hij zoo gaarne verbleef. Het oudste aquarelletje, dat er van hem bekend is, is een bloemenkransje; aan de achterzijde staat: „Van uwe lieve Willem, oud 6 Jaaren”, van zijn zeventiende jaar af begon zijn eigenlijk artistieke productie, in 1896 heeft hij zijn laatste schilderij gemaakt. Een lang en welbesteed schildersleven dus, dat voornamelijk aan de uitbeelding van het Hollandsche landschap gewijd is geweest. Roelofs behoorde tot de eersten, die naar het gebied van Nieuwkoop en Noorden trokken, die de natuur niet meer zoo zagen als de romantici het voor hen hadden gedaan, gestoffeerd met grillige eiken of met een zeer gedetailleerden veestapel, doch die een zeer open oog hadden voor de eigen schoonheid van het polderlandschap of voor het landschap langs de groote rivieren. Van het werk uit zijn nog hetrekkelijk vroegen tijd, zoo van omstreeks 1860- 1865 is het hierbij afgeheelde landschap een mooi voorbeeld. Het is nog geschilderd iii den wat bedachtzamen korten toets, welke Roelofs’ schilder kunst uit die jaren kenmerkt. De compositie is betrekkelijk eenvoudig: iets links van het midden van het beeldvlak de molen, op den voorgrond een kleine poel, het tweede plan is een dijkje met eenige koeien en tot aan den horizon strekt zich het polderlandschap uit, fel beschenen door een regenzon, die krachtige contrasten teweeg brengt, zooals dat van een rood dak tegen het zilverige groen van hoonien en het loodgrijs

van een regenlucht. Het is alles nog wel volgens de geijkte ordonnantie geschilderd: het molentje, het donkere middenplan, de bewogen wolkenpartijen, het visschertje en meer van die dingen, maar het verraadt toch ook al de hernieuwde belangstelling voor de atmospherische gesteldheid, voor het schilderen in éénen toon (niet voor niets sprak men later van de Haagsche of „grijze” school), welke van de zestiende eeuwsche Hollanders via de Engelsche meesters als Constable en de schilders van Barbizon weer terug zou keeren in het werk van die kunstenaars, welke in Den Haag, tiisschen zee en duinen en polderlandschap, hun woonplaats zouden kiezen.

Roelofs heeft, zooals gezegd, veel geschilderd. Talrijke huitenstudies heeft hij gemaakt, die meestal van zulk een formaat zijn, dat het linnen in het deksel van den schilderkist kon worden geprikt. In denzelfden kunsthandel, welke dit schilderij bezit, zag ik ook nog zoo’n studie, van een regenlucht hoven een korenveld, jirachtig van directheid en zonder overdrijving geniaal in de raakheid van visie. Schilderijen als het hierbij afgeheelde maakte Roelofs later thuis iii het atelier. Die werkwijze stelde hem in staat, natuurgetrouwheid en verbeelding te combineeren tot een kunstwerk, dat meer dan het bijzondere geval in het algemeen een beeld vaii een natuurimpressie weergeeft. Hoe knap dat is en hoe weinig gebonden aan den tijd, waarin het is ontstaan, kan blijken uit het feit, dat het nu, na tachtig jaar, nog vermag te boeien door zijn zuivere en ongecompliceerde, eerlijk schilderkunstige schoonheid.

AMATEUR

Collectie Kunsthandel Mettes, Den Haag

W. ROELOFS – Landschap met Wipwatermolen