is toegevoegd aan je favorieten.

Die constghesellen; maandblad voor de beeldende kunst-orgaan van de Nederlandsche Vereeniging van Kunsthandelaren, jrg 1, 1946, no 2, 15-08-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de ééne Tentoonstelling

naar de andere

Jessurun Je Mesquita en Mend es Ja Costa

(SteJelijlc Museum. Amsterdam)

Houtsneden, waterverf en inktteekeningen, etsen, litho’s, het heele gamma van zwart en wit heeft Jessuriin de Mesquita bestreken, hij heeft zich in de technieken verdiept en er vaak meer uitgehaald dan anderen. Dit spelende zoeken met zijn materiaal gaf soms verrassende resultaten. Van verschillende houtsneden gaf hij den normalen afdruk op wit papier en dan bijvoorbeeld een lichten afdruk op zwart papier van een portret dat hierdoor oneindig aan suggestiviteit en fantasie blijkt te hebben gewonnen. Zoo maakte hij drooge naaldetsen op celluloid en zelfs op glas, waarvan hij dan een fotografischen afdruk maakte. Zijn groote specialiteit waren dieren waarvan hij het wezen op gestyleerde wijze wist weer te geven. Toch spreekt zijn werk sterker aan waar hij zich vrijer laat gaan

dan in de zuivere grafiek. De diii>en in waterverf, zeer hlank en stil, dragen nog iets meer van het „duif zijn” in zich dan dit in een houtsnede tot uiting kon komen. Van twee portretten van zijn vrouw prefereeren we het los impressionistische boven het meer gestyleerde, dat aan leven inboet wat het in stijl niet vergoedt. Want hij was een kunstenaar, die hoewel hij het toeval soms mee liet werken, niets aan het toeval overliet, volkomen doordacht en beheerscht, ook waar hij zich niet meer gebonden voelt door een speciale techniek.

Herman Mees – Willem van Konijnenburg

Zijn sensitivistische werk, zijn visionnaire verbeeldingen, waarin de maskers van het leven zijn afgevallen, zijn misschien minder te benaderen voor den buitenstaander, waren oorspronkelijk alleen voor den maker bestemd, doch ook naar deze abstractere werkwijze is het publiek langzamerhand toegegroeid en dit werk kan een openbaring worden wat er besloten leeft in den ziel van den mensch.

Mehdes da Costa was nog een van die beeldhouwers, die uitgingen van een idee; die hun litteraire en intellectueele ontwikkeling als een onmisbaar element van hun kunst beschouwden zonder welke deze niet tot stand zou zijn gekomen. Zijn kleine plastieken in brons en ceramiek spreken wel het meest aan. De Joodsche vrouwtjes die in hun omslagdoeken ter markt gaan heeft hij gezien met onnavolgbaren humor en als een groot realist. Als modern mensch stond hij midden in de problemen van zijn tijd, doch telkens vielen deze van hem af om alleen over te laten den geestigen feilen bespieder van het leven dat hij in volle actie het best betrapt. In „Elia en Elisa” bereikte hij een verstilling als in een oud Chineesch beeld. De dansende kinderen, en de kinderen, die op een rij van vijf naar school gaan, zijn van een geheel eigen opvatting; de beweging is hier zoo overheerschend dat men zich verbaast als men zich realiseert voor een beeld te staan. Zeer indringend zijn zijn uitbeeldingen van Spinoza, van Jan Steen, van Van Gogh. Vooral het bronzen figuurtje van Spinoza komt ver uit boven het portret. In dit figuurtje weet hij geheel de wereld van den denker op te roepen. Scherp, doordringend, listig bijna, is dit beeldje van geest doortrokken. Geen détail is verwaarloosd. In zoo een klein, machtig kunstwerk drjngt de innerlijke spanning naar hoogtepunten.

Veel minder boeiend is hij als hij de beweging voor de stylee-

Jan van Heel – Parijs