is toegevoegd aan je favorieten.

Die constghesellen; maandblad voor de beeldende kunst-orgaan van de Nederlandsche Vereeniging van Kunsthandelaren, jrg 1, 1946, no 4, 15-10-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooals ze daar staat in heel haar schoonheid, als middelpunt en toch stil in zichzelf schouwend, omgeven door geharnaste lieden, paardengedraaf, wapengekletter, de schepen die voor de kust liggen, en onzichtbaar de helden Alexandros en Menelaos die zullen strijden om deze schoone vrouw.

Dit is een litho waar we telkens weer toe terug keeren. Met ongeëvenaarde virtuositeit weet hij zwakke momenten te doen vergeten in het élan van een geheel, door de kracht der compositie, de gevoeligheid van zijn wit en zwart.

In zijn schilderijen is de compositie wel eens iets te overladen, doch over het algemeen is de veelheid zijn sterke kant.

Slechts wie de strijd opneemt kan overwinnen, en hij is daj>per en een onvermoeibaar man. Oerwouden (de ondoorgronde gebieden der ziel), vrouwen, schelpen, zeesterren, dieren, boeien hem. In hen vertolkt hij het eeuwig heimwee naar een andere wereld die ons is verloren gegaan, en hij laat ons ontwaken in een onbekend Atlantis. Soms is het ook of de klassieke wereld zich als in een kaleidoscoop met de hedendaagsche gepaard heeft.

Een mooi idee en een mooi handwerk zijn de va-

zallen die hem hij zijn lyrische omzwervingen op de steen vergezellen. „Een mensch moet in grafisch werk vinden, wat hij ziet als hij geestelijk op een voetreis gaat.”

Voor zijn plezier heeft hij „Le grand Meaulnes” geïllustreerd, dwars over de pagina's van het hoek heen, een verluchting door de tekst en dit unieke exemplaar brengt ons weer wat nader tot de personnages die in ons onderbewustzijn lustig en ongestoord leven. Want de personen der fantasie zijn ons vaak meer verwant dan die van vleesch en bloed. Aanwezig of vervluchtigd naar onzen wensch, worden ze soms tot obsessie, en om daaraan te ontkomen moet men ze herscheppen.

Door deze scheppingsdrang bezeten heeft Verspijck litho’s gemaakt hij het Hooglied van Salomo; heeft hij „Clément” van Toesca verlucht; maakte hij een serie litho’s „Fuga” genaamd; droomt hij nu over de sonnetten van Shakespeare en werpt een verlangend oog naar Mohy Dick van Melville.

Naar wij meenen te weten zal er spoedig een tentoonstelling van zijn werk in Nederland zijn, zoodat we ook zijn schilderijen nader zullen kunnen bekijken, die zeker niet minder belangwekkend zijn dan zijn grafiek. MAUD VAN LOON.

(^eór^aniseer^e

Schilderijenverkoop

DOOR EEN KUNSTHANDELAAR

Het artikeltje in het vorig nummer van Uw blad heeft mij zeer getroffen. Inderdaad bestaat er, wat den verkoop van schilderijen betreft, een groot probleem, dat om een oplossing vraagt. Indien ik zoo naga, hoeveel belangstellenden er in mijn zaak komen, die graag tot de categorie der koopers zouden behooren, dan vraag ik mij dikwijls af, of het niet mogelijk is, een regeling te treffen, waardoor de minder kapitaalkrachtige liefhebber op een prettige en geniakkelijke wijze in het bezit kan komen van een schilderij, dat hij nooit zal kunnen bezitten, als hij het bedrag ineens op tafel moet brengen. Er is in ons land een zeer groote categorie liefhebbers, die nooit in het bezit komen van schilderijen, omdat hun financieele positie de aanschaffing daarvan nu eenmaal niet toelaat. Zij zouden echter wél tot de koopers behooren, indien zij een schilderij in termijnen zouden kunnen betalen. Thans is het zoo, dat men aan een bona fiden cliënt wel eens de helpende hand biedt, maar men mist dan de finantieele zekerheid, die noodig is, wil men dit systeem op grootere schaal gaan toepassen. Indien ik de strekking van Uw artikel goed begrepen heb, dan ligt het in Uw bedoeling, deze materie zoodanig te regelen, dat zoowel de kooper als de schilder als de kunsthandelaar daar allen gelijkelijk profijt van hebben. Inderdaad acht ik dit een

eerste voorwaarde voor het welslagen van Uw plan, dat overigens zeer sympathiek aandoet. Het is alleen de vraag, hoe men tot een bevredigende regeling moet komen. In feite zou deze het best tot stand kunnen worden gebracht, indien er een commissie werd gevormd, bestaande uit kunsthandelaren en kunstschilders, die deze kwestie zou kunnen onderzoeken. Zou dit niet vanwege Uw vereeniging kunnen geschieden? Er zal sprake moeten zijn van een gesloten, algemeen geldend systeem, dat echter aan alle partijen de noodige onafhankelijkheid waarborgt. Het staat m.i. vast, dal een deugdelijk systeem, goed toegepast, in aanzienlijke mate zou kunnen bijdragen tot den verkoop van schilderijen. Wellicht kunt U deze kwestie eens onder aandacht van Uw Bestuur brengen?

(Er bestaat geen enkel bezwaar tegen, onze vereeniging bij deze aangelegenheid in te schakelen. Maar men moet wel bedenken, dat er alleen iets bereikt zal kunnen worden, wanneer èn de kunsthandelaren èn de schilders hun volle medewerking bij de totstandkoming van een dergelijke regeling willen verleenen. Overleg met alle bestaande organisaties zal dus noodzakelijk zijn. De kwestie heeft onze volle aandacht en we komen er binnenkort op terug. Red.).