is toegevoegd aan uw favorieten.

Die constghesellen; maandblad voor de beeldende kunst-orgaan van de Nederlandsche Vereeniging van Kunsthandelaren, jrg 1, 1946, no 5, 15-11-1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7juAéjcfiejn. fuMeJti ejti

„bloeit de kunst”

De hona fide srhilderijenhandel heeft van oudsher de concurrentie te verduren gehad van twee groepen personen, die den naam van het knnslhandelarenheroep in ernstige mate hel)hen geschaad. Laat de lezer vooral niet denken, dat hij met dit onderwerp niets te maken heeft. Hij heeft het wèl. ledereen, die van tijd lot tijd kunst koopt, heeft er mee te maken of de kunsthandel in goede handen is. Daarom is de saiieering ervan een algemeen helang. Maar om op onze twee groepen terug te komen, daar is dan in de eerste plaats de kunsthandelaar, die geen kunsthandelaar is, maar die een heel ander heroep uitoefent. Hij misbruikt het vertrouwen, dat hij als het gevolg van het hekleeden van een zekere functie bezit, om kunstproducten aan den man te brengen. Daar is bijvoorbeeld de bankdirecteur, die in zijn solied kantoor een Van Gogh heeft hangen, die

hij zoo juist van een tante heeft geërfd- Ach. en daar stapt toevallig een cliënt binnen, die een extra duit heeft verdiend en deze liever niet bij de belastingen brengt, In zoo'n geval is het lang niet gek, van een particulier een schilderij te koopen en waar kan men beter terecht dan bij een bankdirecteur, die zoo“n groote vertrouwenspositie bezit? Zoo lang de Van Gogh maar werkelijk een Van Gogh is en de prijs niet oiiredelijk. valt er op dezen verkapten kunsthandelaar niet veel te zeggen, hoewel de bankdirecteur bet den kunstverkooper wel zeer kwalijk zou nemen, als deze laatste iii effecten ging scharrelen onder zijn clientèle. En daar is ook de dokter, de huisarts, waar men zoo tegenop ziet en die uit hoofde van zijn beroep overal komt. Kijk, hij werpt, nadat hij het zieke kind beklopt heeft, even een blik op dat aardige schilderijtje, dat daar boven den schoorsteen hangt. Hij is „maar” een liefhebber, de dokter en hij heeft er geen verstand van (al heeft hij al ontdekt, dat het hier een Weissenbruch geldt). Maar mooi is het, precies zoo’n schilderijtje als hij al jaren zoekt. Vader en moeder kijken elkaar eens aan, het zieke kind zucht en de dokter krijgt het schilderijtje voor een zeer licht prijsje. Den volgenden dag hangt hel. nu ronduit als een Weissenbruch iii des dokters werkkamer als oud familiebezit en er komt al weer een patiënt, die.... Maar genoeg. Zulke dokters en bankdirecteuren zijn uitzonderingen (gelukkig) ,maar het beroerde is, dat vrijwel elk beroep dergelijke pseudo-handelaren oplevert. Zij hebben vrijwel geen risico, hebben geen bedrijfsonkosten en betalen geen belasting. Zij dragen ook geen verantwoordelijkheid, want als een koop of verkooj) verkeerd uitpakt, dan poseeren zij als de verdrukte onschuld, die geen verstand heeft van schilderijen....

Nu de andere groep. Dat zijn de winkeliers, op welk gebied dan ook, die het gescharrel in kunst een aardige bijverdienste vinden en die er geen been in zien, om tusschen luiii kramerijen een paar schilderijen neer te planten. Zij handelen meestal in rommel, maar het funeste is, dat zij deze trachten te slijten als goede koopwaar en dat zij hooge prijzen bedingen. Men zou er van schrikken, als men eens hoorde, welk een omzet deze

Deze <oto spreekt voor zichzell