is toegevoegd aan uw favorieten.

Die constghesellen; maandblad voor de beeldende kunst-orgaan van de Nederlandsche Vereeniging van Kunsthandelaren, jrg 2, 1947, no 1, 15-01-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jan H. Oosterloo

Waar was liet straatje van Vermeer?

Wanneer wij de encyclopaedie van Winkler-Prins opslaan op Vermeer Johannes, lezen we daar, met betrekking tot zijn bekende werk: „Het Straatje” (Rijksmiiseuni), dat dit zijn eigen woning aan den Oude Langendijk te Delft voorstelt. Deze onjuiste meening is zeer verbreid, zelfs nu nog, ofschoon Eduard Houbolt, ter gelegenheid van de schenking van Sir Henry Deterding in 1921, in het Maandblad van het Personeel der verbonden Petroleum Maatschappijen, duidelijk had aangetoond, dat het onmogelijk is, dat Vermeer met „Het Straatje” zijn eigen woning uitbeeldde.

Waar l)evindt zich „Het Straatje” dan wel? We mogen gerust aannemen, dat het in Delft is, maar zeker weten we, dat het in zijn oorspronkelijken vorm niet meer bestaat. Vermeer was een schilder, die zijn onderwerpen in zijn oniiiiddellijke omgeving zocht en vond en dus zullen wij de plaats.

waar Vermeer zijn „Straatje” schilderde, iii het oude stadsgedeelte moeten zoeken.

Uiteraard zijn reeds tal van nasporingen verricht, maar tot op heden zonder succes. Het is ook uiterst moeilijk om tot een resultaat te komen, omdat, zooals ik reeds opmerkte, het Straatje in den vorm als op het schilderij niet meer aanwezig is en wij dus aanknoopingspunten zullen moeien trachten te vinden door een of meer nog te herkennen details.

Zulke aanknoopingspunten en wel zeer merkwaardige vond ik in de Spieringstraat te Delft. In deze straat bevindt zich, op den Oostelijken hoek van de Vijverstraat, een verwaarloosd geveltje. Hel huis van ~Het Straatje” is daarin niet te herkennen, maar. . . . links van het huisje is een muurtje, dat de lengte heeft van de helft van de gevel, dus: evenals op het schilderij. Weliswaar is er in den muur slechts één poortje, maar wat men achter den muur ziet is wel hoogst merkwaardig. Daar ontdekt nienlinks, de achterzijde van de woningen in de Zuiderstraat in vrijwel dezelfde lijn als op het schilderij, terwijl direct daarachter de spits toeloopende zijgevel ook in vrijwel denzelfden vorm op het schilderij is te zien. De zijgevel, die men op Vermeers schepping rechts van den andere op den achtergrond ziet, is ter plaatse niet te vinden, maar zou uiteraard in den loop der jaren verdwenen kunnen zijn.

Zelfs het totaal verwaarloosde geveltje biedt nog enkele merkwaardigheden aan den opmerkzaïnen onderzoeker. De ruimte, welke het linker- en die, welke hel rechterbenedenraani scheidt van de deur, is niet even groot en geeft zelfs gelijke verschillen te zien als op het schilderij, terwijl de rechterpost van het raam links boven, evenals op het schilderij, vrijwel één lijn vormt met de linkerdeurpost. Het kan alles toeval zijn, maar aan den anderen kant is het ook heel goed niogelijk, dat bij een verbouwing (beter zou zijn: vernieling) enkele oude afmetingen werden gehandhaafd.

Ofschoon, zooals men zal moeten toegeven de punten van overeenkomst merkwaardig zijn, wil ik volstrekt niet beweren, dat we hier met het (armzalige) overschot van „Het Straatje” hebben te doen. Wel bevond zich tegenover het huis in de Spieringstraat op de helft van de 17e eeuw een open ruimte, vernioedelijk een erf of tuin, zoodal een schilder er den uoodigen afstand t.o.v. het onderwerp kon vinden, maar mijn verdere onderzoekingen met betrekking tot den gevel leverden jiiij een teleurstelling op. Het Verpandingsregister bracht geen enkel licht, terwijl, blijkens de oude Caerte figuratyf van Delft, zich aan de Zuidzijde van de Spieringstraat geen trapgevel bevond. Wat dit laatste aangaat, we kunnen moeilijk beoordeelen in hoeverre de kaart betrouwbaar is.

Dat er in de thans onoogelijke S])ieringstraat in vroeger eeuwen een mooie woning heeft gestaan, acht ik niet uitgesloten, omdat zich ter plaatse het St. Agnesklooster en de tapijtweverij van Spierinx hebben bevonden.

Echter hiermee komen we weer tot veronderstellingen, die ons geen zekerheid kuniieii brengen.