is toegevoegd aan je favorieten.

Die constghesellen; maandblad voor de beeldende kunst-orgaan van de Nederlandsche Vereeniging van Kunsthandelaren, jrg 2, 1947, no 1, 15-01-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het groote watervlak wordt dan een spiegel van rustige lichtendheid waartegen het silhouet van vaartuig en figuren zoo levendig uitkomt. In zijn geheel genomen is het mogelijk, dat enkelen, in deze dagen, dit een ietwat kokette voorstellings-inhoud zullen noemen, doch dit raakt alleen het tijdelijke van een bepaalde preferentie voor zeker soort onderwerpen. Zulke motieven zijn in alle tijden te vinden en aan te wijzen, maar enkele werken blijven een levende beteekenis behouden. Dat wat eenmaal als hart en overtuiging er in uitgebeeld werd zal niet vergaan en het is de grond van het waarachtige dat dit vroege werk van den meester altijd aandachtige bewonderaars zal doen vinden.

In zijn vroege werk, van omstreeks 1850, zien wij den schilder nog onder invloed van de Romantiek, maar allengs begint hij uit eigen oogen te kijken en ernstig de werkelijkheid te bestudeeren. B. C. Koekkoek was in die jaren een schilder van groote naam, in de beide laatste oorlogen is zijn werk weer hoog in prijs gestegen, wat niet wil zeggen dat het voor kenners in hun waardeering behoeft gestegen te zijn. Deze knappe schilder van het méticuleuze beweerde, dat men zich altijd streng naar de werkelijkheid moet richten. Dit deed hij ook op zijn wijze en naar zijn inzicht, alleen had hij een andere kijk op de werkelijkheid dan de generatie die na hem kwam en waarvan hij de producten waarschijnlijk niet zou hebben weten te waardeereen. Het schilderen van wat men wist dat de dingen waren, wordt nu door de jongere generatie vervangen door wat men ziende van de werkelijkheid onderging. De emoties van het visueele werden de inhoud van hun werk.

Hier is het begin van wat wij als levende visueele aandoeningen in het werk van Jacob Maris vinden. Een schuit als stoffage in een waterpartij was een geliefkoosd onderwerp in de kunst van omstreeks 1850. Stellen wij ons nu hierbij voor hoe W. J. J. Nuijen of Waldorp zoo’n motief behandelden dan wordt het verschil bemerkbaar. Zooveel kleine onderdeden, die tot het wezenlijke van de stemming niet bijdragen, vinden wij bij hen aanwezig. Hier is de pont een bak die op het water drijft, waarvan wij de onderdeelen heel niet afzonderlijk gewaar worden, maar een donkere massa in een eenigszins elegant omgezet profiel van dat schamele en door gebruik gesleten ding. De suggestie van de materie van het hout weet de schilder ons te geven en van kleur doet dit ding ons aan als een diep gestemde donkerheid tegen het lichtend watervlak, terwijl het, niettegenstaande het sterke contrast, toch in het geheel niet uit den toon valt. Ook is het een wonder hoe de schilder in ons de suggestie weet te wekken van het langzaam glijden over het watervlak. wat vooral in de aanschouwing van zulk werk het doodsche weg neemt.

De schuit met de figuren is, op zekere wijze, weer een compositie op zich zelf. Van Goijen bezat ook de gelukkige kwaliteit om zoo’n geheel zoo luchtig en elegant om te bouwen.

De verdeeling van de figuren er op. links met de domineerende staande schipper, als meest sprekende figuur en als verticale massa, maakt dat

wij van dit onderdeel op zich zelf van links uit interpreteeren, waardoor de suggestie van het naar rechts verglijden van de schuit versterkt wordt. Het figuurtje dat vlak bij hem zit vult daar een leege hoek cn bindt de schipper vaster aan het geheel van de schuit. Dan glijdt de omtrek, langs een stukje van de schuit-kant, naar rechts tot een verhooging, gevormd door de vracht, de koe steekt daar boven weer sprekend uit en de massa zinkt even in bij het, iets lager op de voorplecht, zittende vrouwtje dat de koe aan een touw houdt. Dit alles geeft een rustige globale omtrek, die ons, met het spiegelbeeld, het vredige gebeuren in den stillen avond doet voelen.

Wanneer wij onze opmerkzaamheid richten op het stukje voorgrond links, dan zien wij hoe de schilder zoekt de stoffelijke karakteristiek van zooiets uit te drukken. Vergelijken wij dit met een dito probleem bij Scbelfhout of Koekkoek, dan zien wij dat hier door Maris een vernieuwing van inzicht, een rijker visie bereikt is. Hij zal zooiets later breeder en machtiger met meer eenvoud weten uit te drukken, zooals ook Mauve daarin zooveel van rijke visie zou prestoeren, maar hier ligt de ondergrond waaruit die latere grootheid kon opbloeien. In het silhouet van die vooruitstekende punt. donker en zwaar, tegen het licht, worden enkele kleinheden en oneffenheden genoteerd om de karakteristiek aan te geven, dit is nog eenigszins schriel, maar vooral ziet het er trouwhartig en eenvoudig uit. Zoo ook in het bladerwerk van de boomkruin, een nog wat onhandig gedoe. Blaadjes als afzonderlijke dingen schilderen, zooals zijn voorgangers deden, jaagt hij niet na. Er is hier een begin van zijn bedoelen, maar de eind-oplossing van dit probleem zou pas later komen.

Van een aardige levendigheid is de profiellijn van het verschiet rechts, waar hij als een aangenaam verteller al die dingen op elkaar laat volgen in een mooi verband tot het geheel ten slotte in de horizon opgenomen wordt.

H. P. BREMMER.

MEDEDEELING

Aan (Ie vele aanvragen van nieuwe abonné s om ook nog cJe oersie nummers van ~Die (Jonstgfiesellen loe te zenden, kan ónmogelijk worden voldaan, omdat deze nummers uitverko(dit zijn. De Redactie heeft daarom hesloten in Januari een nieuwe jaargang te loten ingaan. Voor de 6 nummers van den loopenden jaargang zal een fraaien halflinnen hand heschikhaar worden gesteld tegen rergoec/ing van f 1,25. Bestellingen te richten aan de Administratie, Koornmarkt 69. Delft. L d