is toegevoegd aan uw favorieten.

Die constghesellen; maandblad voor de beeldende kunst-orgaan van de Nederlandsche Vereeniging van Kunsthandelaren, jrg 2, 1947, no 3, 15-03-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Schilder

A. B. Neujean

Neiijean, die niet tot de jongeren behoort, is pas op latere leeftijd zich aan de soliilderkiinst gaan wijden. Zij het in rijpere vorm, heeft zijn werk het karakter van een jeiigdstijl behouden.

Het zou naar mijn mening een vergissing zijn Neujean’s werk tot een vorm van naturalisme te rekenen. Op het eerste gezicht geeft zijn werk daar enige aanleiding toe.

Ofschoon hij schildert in concrete voorstellingen en hij daarbij zeker in mindere of meerdere mate een voorbeeld volgt, wordt bij aandachtiger beschouwing, duidelijk, dat Neujean niet in de eerste |)laats schildert van uit de natuur, maar vanuit een schilderkunstig idee. Zijn achtergrond is geen las tl>u re realiteit maar een schemerige kleurwerking van waaruit zijn onderwerp opdoemt.

Zo is zijn schilderij te karakteriseren en deze karakteristiek geldt tevens voor den schilder zélf. Neujean’s ontwikkeling is niet begonnen met het co])iëren van de natuur. Het academisch-realisme is hem bespaard gebleven. Hij begon te Parijs als leerling van den bekenden schilder-paedagoog André Lhote. Zijn scholing en vanzelfsprekend was zijn keuze geen toeval is daardoor een exjiressionistische, dus die van een schilderkunst „van binnen uit'’.

A B. Nclnean ..Bloi-mstillcvcns’

Het door plastiek en kleur werkingsvoile vlak was zijn inzet en deze inzet is onveranderlijk zijn doel gebleven. Hij heeft echter aan deze abstracte idee een steeds meer concrete inbond gegeven en deze ontwikkeling is kenmerkend voor de schilderkunst na de eerste grote expressionistische beweging. Zijn werk is een groet aan de jongste generatie, die zich weer met hart en ziel gewor))en heeft op een stijl die tegen de vorm en vooral tegen de conventionele vorm gekant is.

Neujean is dus geen exjiressionist, die zichzelf direct op het schildervlak ])rojecteert. Zijn zelfprojectie is er een middels de werkelijkheid; zijn oogstralen kaatsen via de natuur op het doek. De persoonlijkheid van den schilder treedt daardoor op de achtergrond. Wat de schilderijen uitstralen is tenslotte het innerlijk licht van den schilder zelf.

Hiervan overtuigen Neujeans schilderijen in zeer grote zelfstandigheid van opvatting hij langduriger beschouwing op steeds duidelijker wijze.

WILLEM SCHROFER.