is toegevoegd aan uw favorieten.

Die constghesellen; maandblad voor de beeldende kunst-orgaan van de Nederlandsche Vereeniging van Kunsthandelaren, jrg 2, 1947, no 6, 15-06-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hippolyte Dacyc ~Lisette" (1931) Verz. Mevr. Ch. Fraiick, Antwerpen

u gaat leven. Wat een voorname en persoonlijke harmonieën bereikt hij met zijn cinabergelen, zijn gesluierde grijzen, dof als het dons van duivenzwingen, met af en toe een smachtend groen of kwijnend oud rosé, een mosgroen naast een paars doodekop. Al deze zacht klinkende samenstellingen zingen een gedempt smartelied. Er zou een studie te wijden zijn aan dit edele werk, dat nog velen perplex maakt of schuw, maar dat tot het fraaiste van onze hedendaagsche kunst behoort. Een zusterziel van een Rainer Maria Rilke....”

En wat zegt de bekende deskundige Prof. Dr. Jozef Muls, die het dezer dagen verschenen werk over den schilder van een uitvoerige inleiding voorzag? (Prof. Dr. Jozef Muls: Hippolyte Daeye,

uitgegeven door Heideland, Hasselt en W. Bergmans, Tilburg).

Prof. Muls constateert, dat Daeye zijn grote kracht vooral getoond heeft met betrekking tot een in de schilderkunst verwaarloosd gebied: dat van het kind. „Vertrokken uit het neo-impressionisme is hij door het fauvisme naar het expressionisme gegaan. Niet tengevolge van een hangen naar de heerschende mode en den wisselenden tijdgeest, maar uit innerlijken aandrang van zijn natuur.”

En verder:

„Voor wie de productie van Daeye van nabij gevolgd heeft, zooals die zich nu reeds over meer dan dertig jaar uitstrekt, dringen zich enkele namen naar vorep, wanneer men naar zijn artistieke