is toegevoegd aan uw favorieten.

Die constghesellen; maandblad voor de beeldende kunst-orgaan van de Nederlandsche Vereeniging van Kunsthandelaren, jrg 3, 1948, no 1, 15-01-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET DRINKSERVIES (^uóal?etL

In conheclion wllh the order of the Nelherlands Government to the Netherlands Glassworks ‘Leerdam' at Leerdam to make a drinking-set lor H.R.H. Princess Elisabeth and the Duke of Edinburgh, a short technical explcnation of glass-blowing is given here, followed by an observation about the drinking-set reproduced here, which has been made into a very dignified and jefined-looking oigjeci.

De technische kant van het glasblazen is voor een leek niet zo eenvoudig te begrijpen. Menigeen meent, dat het handwerk in onbruik is geraakt, maar wie de hierbij afgebeelde glazen uit het „Servies Elisabeth” aandachtig bekijkt, zal wel begrijpen, dat een machine dit fijne werk niet kan vervaardigen. Een korte, naar wij hopen begrijpelijke uiteenzetting, zij hier ter introductie op haar plaats. In ovens, in grote smeltpotten van vuurvast materiaal geschiedt het smelten van de stoffen, die het glas moeten vormen, bij een temperatuur van ong. 1400 gr. Celsius. Voor gewoon glas bestaan deze grondstoffen in hoofdzaak uit zanU, soda en kalk: voor het glas, waaruit men drinkserviezen, vazen e.d. vervaardigt (bijv. voor kristal) benut men zeer zuivere grondstoffen; zilverzand, potas en menie. Een drinkglas, dat we in ons geval het best als voorbeeld kunnen kiezen, wordt m drieën gemaakt. Eerst blaasi men de kelk, daarna zet men het been aan en tenslotte de voet. De blazer doet dit door zijn pijp, een gesmeed ijzeren

Glasblazen in vroeger tijd. (Glass-blowing in formertimes),

buis van circa 1.25 m lang, door de werkopening van de oven in het gloeiende glas te steken en door ronddraaien een klompje gloeiend glas te vangen. Op een Ijzeren plaat maakt hij dit door heen en weer rollen langwerpig. Hierna blaast hij in de pijp om het klompje hol te krijgen, slingert de pijp enige malen heen en weer en houdt haar met het einde, waaraan zich het glas bevindt, omlaag om dit nog wat te doen uitzakken. Wat zich nu aan de pijp bevindt is de voorvorm of paraison. Dit moet nu op de gewenste grootte worden geblazen en daartoe

steekt de blazer het met pijp en al in de gereedstaande in water gekoelde vorm (van hout of ijzer). Deze vorm bestaat uit twee gelijke, met een scharnier verbonden gedeelten. De vorm kan met een hefboom uit de bak met water worden gelicht en met een voetpedaal worden gesloten. De glasblazer blaast nu zolang tot hij voelt, dat het glas overal de binnenzijde van de vorm raakt, waardoor het glas dus de eigenlijke vorm heeft bereikt. De blazer opent de vorm. overtuigt zich ervan dat de kelk aan de eisen voldoet en laat dan de rest over aan den glasmaker. Deze glasmaker doet zijn werk zittend in een stoel, een soort houten werkbank, die de vorm heeft van een leunstoel zonder rug, maar met lange armleuningen. Deze glasmakersstoel is in de loop der eeuwen practisch niet veranderd. (Men zie de reproductie) .

De „keier”. zoals de glasmaker wordt genoemd, plukt nu met een ijzeren staafje een klompje gloeiend glas uit de pot en laat hiervan iets op de onderkant van de kelk druipen. Hij gebruikt een ijzeren schaar om het teveel aiÉ te knippen. Hij legt de pijp op de armleuning van zijn werkbank en brengt de kelk zo in draaiende beweging, rekt en vormt het glas met een ijzeren tang en maakt zo van het bolletje een langwerpig been. Het voetje van het glas vormt hij met een houten instrument, nadat hij weer wat glas op de onderkant van het been heeft laten druipen. Met een stuk ijzer wordt dan het glas tussen kelk en blaaspijp geschrijnd, het krijgt een tik, breekt af en wordt opgevangen in een gereed gehouden bakje met as. Zo gaat het naar 'de koeloven, waarin het gelei-