is toegevoegd aan je favorieten.

Die constghesellen; maandblad voor de beeldende kunst-orgaan van de Nederlandsche Vereeniging van Kunsthandelaren, jrg 3, 1948, no 2, 15-02-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m net ucnt van s meeótefó <=Leven illti

Potter’s Stier behoort tot de meest bekende maar ook meest bestreden schilderijen der wereld. Wat de Nachtwacht is voor het Rijksmuseum, is de Stier voor het Mauritshuis, de clou, de grote trekpleister, waarop zowel de sight-seeing gemeente, die zich op Baedeker verlaat, als de wat minder gehaaste bewoner van het platteland, die wat vertier zoekt in de stad, onmiddellijk af stevenen. Door g'een enkele vorm van misprijzing laat de grote massa zich afschrikken. Voor de meesten blijft de Stier een door dik en dun bewonderd idole. Zou er dan toch iets meer aan vast zitten, dan dat, naar men meestal aanneemt, voor velen zo overrompelend oogbedriegelijk karakter, dat de Fransman zo kenschetsend een tronipe roeil noemt. Die frappante overeenstemming met de werkelijkheid, die in staat zou zijn iemand de schijn voor het wezen te doen nemen? 1)

Het is vrijwel regel, dat de critiek van wie het beter menen te weten, het laat bij een afwijzing, die zich vrijwel tot enkele, alleen maar de buitenkant rakende op- of aanmerkingen bepaalt en aan het feit van die zo hardnekkige bewondering geen of nauwelijks aandacht wijdt, hetwelk in een tijdvak waarin de massa-psychologie zo en vogue is, welhaast verwondering mag baren. Zou die massa, wier onbevangen overgave op zich zelf reeds zo beminnenswaardig en zulk een goede voorwaarde tot onbevooroordeelde beschouwing is, dan werkelijk zo volkomen het ongelijk aan haar kant hebben? Zou er geen enkel steekhoudend motief bestaan voor haar onverstoorbare, door niets uit het evenwicht te brengen affectie?

De belangstelling, de verwondering, de huivering en schroom van de grote massa voor de trompe I’oeil is er altijd geweest. Overleveringen uit de oudheid gewagen ervan en men is geneigd aan te nemen,dat we hier in, de grond te doen hebben met een atavistisch residu, waarmee de oplevende belangstelling voor de kunst en religieuse gebruiken der primitieve volken (voor wie een beeld of afbeeldsel een zo ontzag inboezemend object kon zijn, met een eigen, miraculeuse existentie) ons in de loop der jaren langzamerhand zo vertrouwd heeft gemaakt, een residu, dat blijkbaar in onze tijd, gezien de opleving van het magisch realisme, om in het verband van dit betoog maar iets te noemen, nog steeds een levende functie blijkt te hebben, ook bij degenen, die zich dit bewust maken.

Nu is_ de Stier ontegenzeggelijk geen uitgesproken magisch kunstwerk dat de tekenen daarvan duidelijk waarneembaar op het voorhoofd draagt. Maar vergeten we niet, dat er aan elk kunstwerk een kant zit van magie. Wat waarlijk kunst mag heten, stelt ons immer voor een laatst geheim, dat ons bewustzijn nimmer ten volle ontraadselen kan, waarvan wij steeds weer de lokkende tover ondergaan en dat een appèl blijft aan ons onbewuste leven. Het is de moderne psychologie, die ons inzicht hierin inmiddels niet weinig heeft verhelderd en het loont ongetwijfeld de moeite Potter’s kunstwerk ook eens van uit deze ooghoek en dan met behulp van wat wij uit zijn leven weten, te bekijken. Kennis van het leven van een kunstenaar draagt er niet zelden toe biji dat wij zijn intenties, de suggesties, die van zijn werk uitgaan en de draagwijdte daarvan, beter leren inzien en 'begrijpen.

Men kan tegenwoordig niet meer alles lezen wat men over een schilder, zelfs al is 'hij een gerenommeerd meester als Potter, schrijft. Van wie dit deden, en voor zover ik hiervan kennis draag, is m.i. de schilder-schrijver Fromentin de grootheid van dit jeugdige titanenwerk want dit is het in zijn soort ongetwijfeld het best op het spoor en het is met zonder ingenomenheid, dat ik hem hier citeer. Fromentin is een der weinigen, die er den mens Potter in betrekt en een open oog heeft voor diens psycho-physische constitutie, al trekt hij daaruit

door H. de Boer

voor de Stier leeft bij hoog en laag, men treft haar aan in alle klassen en standen, zij schijnt een taai leven te hebben en dit niet alleen in ons eigen land. In 1795 halen de Fransen het schilderij naar hun land en hangen het naast werken van Titiaan en Rafaël in het Louvre. Men oordeelt, dat het moet gerangschikt worden onder de grootste meesterwerken van alle tijden.