is toegevoegd aan uw favorieten.

Die constghesellen; maandblad voor de beeldende kunst-orgaan van de Nederlandsche Vereeniging van Kunsthandelaren, jrg 3, 1948, no 3, 15-03-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunstnieuws

In Amerika, het land dat naar vele Nederlanders menen, geen besef voor cultuur heeft, bezoeken jaarlijks 50.000.000 personen de musea. Nederland heeft veertien maal zó weinig inwoners als de U.S.A. fn ons land zouden dus ongeveer drie mil-Hoen mensen per jaar naar de musea moeten gaan.

De Franse cineast Luciano Emmer heeft zich voorgenomen een aantal documentaire films te vervaardigen over enkele beroemde schilders en schilderijen. Op het programma staat naast Botticeili en Carpaccio onder andere Jeroen Bosch. Emmer wil een film vervaardigen over diens „Paradis terrestre" (?) Kl&uren zullen er niet in worden toegepast. In de intensiteit van zwart, wit en grijs meent Emmer ze waardig te kunnen vervangen.

In Frankrijk is Descartes’ Le Discours de la fJlethode thans geïllustreerd verschenen in een kleine oplage (222 exemplaren). Dit boek is een der meest uitzonderlijke successen van de hedendaagse boekdrukkunst. Verluchting en typografie zijn boven alle lof verheven.

De prijs voor Franse literatuur van de stad Luik werd toegekend aan Abel Lutkin, de prijs voor schilderkunst aan Robert Cromelynck.

De „Prix de la Ctitique" van Frankrijk is, na een niet gemakkelijke keuze uit 31 schilders, loegekend aan de jonge schilder Bernard Buffet. De prijs bedraagt frs 50.000.

This article draws the attention io a book "Amerikaansche Architectuur" ("American Architecture") by Paul Bromberg, published by „De Bezige Bij", Amsterdam. The author discusses the development of American architecture, especially modern architecture. Special admiration for Frank Lloyd Wright is expressed by the author, who hos worked in America himself, cooperating with the architect Hamilton Marris. Bromberg’ book will give us a clearer insight, whereas the illustrative material given in elucidation is splendid. Moreover the book is written in such a way as to arrest and hold the attention of even the layman.

ideeën huldigt. De 18e eeuwse Barok is, in de beste uitingen, haar voorbeeld. Tot zover deze uiteenzetting, die wel wat summier is om geheel duidelijk te zijn, maar die in ieder geval aantoont, dat van een eigentijdse „stijl” niet gesproken kan worden. Daarvoor liggen de idealen te ver uiteen.

Paul Bromberg behoort tot de nieuw-zakelijke groep, al kunnen we moeilijk vaststellen in hoeverre hij de consequenties van het functionalisme aanvaardt. Hij heeft in zijn boek over Amerikaanse architectuur maar weinig aandacht besteed aan de ontwikkeling van de architectuur. Hij onderscheidt drie perioden: de provinciale periode, daterend van de stichting van Nieuw Amsterdam in het begin van de 17e eeuw tot het begin van de overzeese handel twee eeuwen later; de handelsperiode, die eindigt met de uitbreiding van het handelsverkeer door middel van een geweldig spoorwegnet over het gehele vasteland; tenslotte de industriële periode, van het midden der vorige eeuw tot op heden. Deze drie perioden worden in ongeveer 20 bladzijden behandeld, waarna nog drie hoofdstukken volgen: 1 over de Chicago-periode, 1 over Frank Lloyd Wright, en 1 over de periode na 1930.

Vooral Wright, die bij de aanhangers van de Delftse School slecht aangeschreven staat, heeft zijn bewondering. Als geestverwanten van Wright kan men in Holland J-J. P. Oud noemen en in Frankrijk Le Corbusier, waarmee zijn werk al in zekere zin is gekarakteriseerd. Hoewel een enkele foto maar een zeer onvoldoende indruk geeft van het werk van een architect, moet het ons toch van het hart, dat „Falling Water”, Bear Run, Pennsylvania, dat door Wright werd gebouwd, op ons een wonderlijke indruk maakt, evenals de andere huizen, terw;ijl het interieur van zijn verblijfplaats te Taliesin-West ons onmogelijk zou aanstaan, wanneer wij te kiezen hadden. We weten wel, dat deze opvatting niet vrij is van eenzijdigheid, omdat tegenover dit werk van Wright zoveel stond, dat beslist verwerpelijk was. Het merkwaardige echter, ook van de andere door Bromberg naar voren gehaalde moderne architecten, is, dat ze in hun bouwwerken zo weinig definitiefs hebben; Bromberg spreekt ook van een eigentydse architectuur, maar deze architectuur vindt nergens een prototype, terwijl wel overal geëxperimenteerd wordt, soms op volkomen onverantwoorde wijze. Wij kunnen met de beste wil geen aantrekkelijkheid vinden in een landhuis als Hamilton Harris maakte voor dr. Lek in La Jolla. Dit landhuis kent geen beslotenheid in de enorme vlakken glas, die het aan de buitenwereld blootstellen, het lijkt meer op een winkelgalerij dan op een woonhuis. Ingenieus bedachte afscheidingen, die de intimiteit moeten redden, kunnen hier geen oplossing brengen: een huis schept