is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 34, 1916, no 43, 25-10-1916

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten onrechte dat men den levensduur van een feiteliik niet In het algemeen mag afmleten naar het aantal dÏÏSiaren doch dat men het aantal afgelegde mijlen of kilometers als maatstaf dient te nemen, waarby dan nog S“ r of minder zware dienst der locomotiet nog met | tot uitdrukking komt.

r'ln Amerika-worden dM»r de locomótieven veel kilometers affrpWd dikwiils 10.000 tot 12.000 per maand. Dit ÏfrnSing mmende, zoude de diensttijd van een ijzeren kist naar Europeesche verhoudingen gerekend, dus m ve e gevallL een nmt te slecht figuur behoeven te maken tegen-| over de kist.

"Over den’guinstigen Tnvloéd op de vuuïkist van het wamj ketelwasschen en ketelvullen met heet water is men heti dn Amerikaansche vakkringen eensj pok de biikomstige voordeelen ervan erkend, zooals het JLruik dat van de hitte in het water der fooomotieven gemaakt wordt, welke hitte, wordt benut voor verwarming van het wasch-

Bii de ifzeren kisten worden algemeen ijzeren steunbouten toegepast literatuur over ijzeren steunbouten is er met trvinden. Zooveel is intusschen zeker, dat met de ijzeren booten evengoed als met de koperen, veel last van breken wordt Er zijn geene bepaalde aanwijzingen verkregen, waaruit blijkt, dat de koperen bouten in dit op■ifVit hptere resultaten geven dan_ijzeren.

I Om de bezwaren vm het br*en tegen te zijn in de laatste jaren steunbouten met beweeglijke verbinding in de platen toegepast, voornamelijk op die plaat- wLr het meeste last van breken werd ondervonden. De invoering van deze bouten gaat echter met hooge kosten Igepaard zij fijn daarbij moeilijk te beatitwoorden !lp den duur niet of niet geiioegzaam aan doel daar de i buigzame verbinding dikwijls vast gaat «en door aan slag van roest en ketelsteen. Daarbij komt nog, Jat men heeft opgemefkt, dat de gewone steunbouten welke het, dichtst b| de buigzame geplaatst zijn, het zwaarder te Mtwoorden krijgen en_meer gaan breken. J

antwoorden Knjgen en Het is bekend', dat de steunbouten het als niet begeven door de trekspanning, die erop wordt uitgeoefen tengevolge van de stoomspanning, doch veeleer door de builspanningen die ontstaan tengevolge van de grootere uitzetting der binnenkistplaten, dan de platen der kist üfkwijls ziet men bij' steunbontberekeningeii allem melding gemaakt van de trekspanning, die dan altijd vnf wordt gehouden. Tracht men door berekening eenig fnzfcht te in de grootte der de buiging in de bouten komen, dan wordt men meestal getroffen door de hooge cijfers, die deze spanningen aanwijzen.

Ivlu is het waar, dat men den draad zooveel mogelijk wegdraait en den overgang van den draad qp het glad gedraaide Sdeelte Weidelijk midkt, waardoor het ontstaan van ken zeker wordt ienninderd, doch de hooge worden daardoor niet ontgaan.

Bij de berekening- van een sseunbout op buigmg kan ge. bruik ig-emaakt worden van de volgende formules, ?1 s PL®. , 2 I s L® 2 s na substitutie :f – DLEI' “3 ED 3EDf _ 2

Fiff 1. Steunbout van veerenstaal met aangeschroefde vloeiijzeren draadeinden.

waarm: j u p _ (teng'evolge van ae do'orbuiging S = grootste spanning, die tengevolge der buiging n ce bout optreedt; D = diameter der steunbout;

Type. Diameter. Buigspanning. ijzeren bout 28,5 m.M. (D/s") 37,5K.G.p. m.M2. 25,4 m.M. (1") 33'5 » 11 ” 22,1 m.M. C/g ) 29i5 !- » <’ l'ingeschroefde einden 25,4 m.M. (i"). Isteel n,i m.M. 1,5 •> veerstalen bout...

f = grootste doorbuiging; L = boutlengte die aan de doorbuiging deelneemt; E = elasticiteitsmodulus;

I = traagheidsmoment. Bij de opstelling dezer formules is aangenomen, dat de bout in de buitenkist absoluut vast is ingeklemd, m de binnenkist daarentegen volkomen beweeglijk is, hetgeen wel niet géheél met de werkelijkheid overeen komt, doch een bruikbare benadering geeft om zich eenig inzicht m de grootte dér optredende buigspannmgen te verschatten. Uit deze formules volgt, dat de materiaalspanmng stijgtv recht evenredig m(et den diameter en omgekeerd evenredig met het kwadraat van de lengte.

öp grand van deze uitkomst zoiide men de steunbouten dus zoio lang en zoo dun mogelijk moeten maken. In de lengte is men bij bestaanijle ketels aan vaste maten eebonden, de dikte kan echter verminderd worderi door een materiaal van belangrijk hooger trekvastheid te kiezen Door Wille werd in 1909 aan de American Society ot Mechanical Engineers vooirgesteld, steunbouten te gebruiken van veerenstaal. Daarbij werd als voorbeeld, welk resultaat tegenover ijzeren steunbouten te bereiken is, de volgende vergelijking gegeven. _ |

Aangenomen werd een doorbuiging tengevolge van verschil in uitzetting tusschen binnen- en buitenkist vaii I m.M. (0,04") en eene „werkzame” boutlengte van 152,4 m.M. (6"). I I

Nu is het voor ijzer, zooals het voor steunbouten gebruikt wordt, inderdaad niet wenschelijk, bweri spanningen Sao K.G. per te gaan. Het is dus klaarbhjkelyk, dat bouten, gelegen in de zóne, die de uitzetting der platen grootendeels opneemt boven de elastische grens belast worden, en noodwendig op den duur rnoeten bezwijken, De breuken treden als regel op tegen de buimnplaat, waar de buigspanningen het grootst zijn. Men heeft Amerika toegelegd op de vervaardiging van speciaal steun tou.e„ijzer, l>t aan de ongunstige belast,„g beter biedt, door het op een bijzondere wijze bij de bereidmg te pakketeeren. Men wil daardoor bereikt, dat het begin van .eene breuk aan de oppervlakte niet tot een bepaalde laag van vezels beperkt blijft, «et be trekkelijk beste resultaat heeft men bereikt door pakketten

Fig. 2. Doorzetting der plaat bij stijve steunbouten.

te maken in het midden samengesteld uit naast elkander liggende dunne staven, waaromheen eene ommantehng van

heeft echter geen materiaal in ijzer kunnen produceeren, waarbij de elastische grens in het gebruik voor steunbouten niet overschreden werd. Voor de hand ligt, dat het geneesmiddel tegen “ niet in een langzaam brekend materiaal moe ,gez l den, doch in e«i grondstof, die de spanmrig m het bednjf {Vervolg van dit artikel op pag 341.)