is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 35, 1917, no 5, 31-01-1917

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De evenwichts-vergelijking voor de momenten der krachten om B geeft: s s Fv X a = 2 Gi X a + 2 Ki X + 2 K2 x dus: Fv = 2GI 4 (Ki + K2) a

De evenwichts-vergelijking voor de momenten der krachten om geeft: s s Fa X a = 2 G 2 X a + 2 I<2 X + 2 Ki X dus: Fa =2G2 + (Ki + K2) a

We zullen nu den totalen flensdruk in een boog Fv 4- Fa a allereerst berekenen bij klem op de rails, dus voor x =• = 0,9 M. Het wrijvingsmiddelpunt is dan Mk ,

Nu is G 2 = Gi en K2 = Ki . We hebben aangenomen a = 1,8 M. en s = 1,5 M., dus is = a. 1,0 o

We weten: f' r f —1,171 " 0,769 f Q. Voorts is: s K. =fQ f°64 f Q V (x= +

Dus is: Fv = Fa = (1,538 + 1,28 X -|-jf Q = 2,605 f Q-

Dus is de totale flensdruk Fy + Fa = 5,21 f Q.

Fig. 3. Een wiel beweegt zich over eene boograil met eene rijsnelheid V,

V I C» De flensdruk, bedragende bij radiale achteras = 2,9 fQ, wordt dus bij steeds meerderen snijgang verhoogd tot ten slotte =5,21 f Q. Laten we maar aannemen, dat de toename van den flensdruk dcxjr snijgang plaats heeft volgens eene rechte lijn, zooals in figuur i is aangegeven.

Voor X = a = 1,8 M. geven de afgeleide formules Fy = 3f Q en Fa = i,i54 fQi dus de totale flensdruk in den boog Fy + Fa = 4,154 f Q.

Voor X = 2 M. geven de afgeleide formules Fv = 2,969 f Q en Fa = 0,581 fQ, dus de totale fiensdruk in den boog Fv + Fa = 3,55 f Q.

Voor X = 2,23 M. geven de afgeleide formules Fv = 2,9 f Q en Fa = o.

Zoowel de aloude beschouwing over den flensdruk, als de methode van Dr. Ingenieur Übelacker geven dus eene heel groote vermeerdering van flensdruk bij snijgang. De flens druk veroorzaakt slijting van flens en rail. Kan dus met spoorverwijding eene radiale achteras bereikt worden, dan verdient dit ten zeerste aanbeveling tot beperking van de slijting van flens en rail in de bogen.

De rermintlering van den boogweerstand

Op het rechte spoor hebben korte, zwakke flens-stooten plaats, die geene aanleiding geven tot eene eenigszins be langrijke vermeerdering van den rijweerstand. Het wiel op het rechte spoor gedraagt zich als een biljard-bal, die den band raakt onder een zeer kleinen hoek.

Maar in een boog, waarbij de flens van een aansnijdend wiel voortdurend tegen de rail schuurt, zal de flensdruk den rijweerstand verhoogen, De verhoogde rijweerstand in een boog door flensdruk kan benaderd berekend worden.

Figuur 3 geeft den loopcirkel van een wiel op bovenkant rail. I

Is de wielas haaks op het spoor, dan ligt het drukpunt bij D. Maar in verschillende bogen verplaatst het drukpunt D zich op' eene horizontale druklijn D D', Hoe scherper de boog, hoe meer het drukpunt zich van D verwijdert. De druklijn D D' ligt op een afstand d onder bovenkant

rail. Duitsch normaal bedraagt d 10 m.M. Drukt een draaiend wiel tegen de rail, dan is er wrijving in hel drukpunt. Ik neem aan, dat de oogenblikkelijke beweging van bet aansnijdend wiel eene draaiing is om het steunpunt S. Ligt het drukpunt bij D, dan werkt de flensdrukwrijving volgens de lijn D W. Ligt het drukpunt bij D', dan werkt de flensdruk-wrijving volgens de lijn D' W'. De richting der wrijving is altijd tegengesteld aan de richting der beweging.

Fig. 4. De krachten tusschen flens en rail.

Denken we nu eens eene zeer geringe voortgaande beweging v'an het wiel, dan is de weg van het drukpunt X den weg van het voertuig.

Nu is de arbeid kracht X weg, dus is de arbeid der flens-wrijving = W x —y x den weg van het voertuig.

Dus is de weerstand van het voertuig door flenswrijving – W X —. r

Als de wielflens in een boog tegen de rail drukt, ontstaat in het drukpunt D eene normale reactie N. De normale reactie N geeft eene flens-wrijving W = fN. De normale reactie groeit aan, tot hare horizontaal ontbondene in staat is, de wielas dwars over het spoor te verschuiven. Die horizontaal ontbondene is de flensdruk F. De verticaal ontbondene draagt het voertuig in het drukpunt. Stel de helling der flens-loopzijde ± 6o°, dan is F = N cos 30° of N = . = = 1,15 F, dus W = 1,15 f F. cos 30 0,866 > o >

Dus is de weerstand van het voertuig door flenswrijving = fTT d 1,15 f F X —.

Als een twee-assig voertuig 1000 K.G, weegt, dan is de flensdruk bij radialen gang F = 500 f K.G. en bij snijgang F = 1000 f K.G.

De weerstand van het voertuig ad 1000 K.G. door flenswrijving bedraagt bii radialen gang = 1,15 x 500 f** x d 575 d d „ ~, ~ d „ = p=i6— K,G,, en bij snijgang 32 K.G, De weerstand van een voertuig in een boog door flenswrijving is tweemaal zoo groot bij snijgang als bij radialen gang.

Voorbeeld. Bij tramrijtuig met twee vaste assen is r 400 m.M. In een bepaalden, kleinen boog is bijv. d = 80 m.M. Het rijtuig heeft in dien boog snijgang, De weerstand per ton gewicht door flenswrijving be-