is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 39, 1921, no 43, 26-10-1921

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met toestemming van den schrijver laten wij zijn uiteenzetting hieronder in extenso volgen: Ten behoeve van het post- en telegraaf verkeer zijn te Hamburg 40 stadspostkantoren en één telegraafkantoor (met een hulpbui'ean aan de beurs) gevestigd. Al deze kantoren, met uitzondering van 2 postpakketkantoren zijn ook aangewezen voor het aannemen van telegramrriei;.

In de bestelling van telegrammen, waartoe te Hamburg ook de geheele bestelling van spoedbrieven behoort, wordt ''oorzien door 22 kantoren. '

Middelfmnt van het verkeer voor spoedbrieven is het brievenpostkantoor: Hamburg 1; voor dat van telegrammen: het hoofd-telegraafkantoor. De wereldoorlog heeft ook in de wisseling van telegrammen en spoedbrieven binnen Hamburg een groote omwenteling teweeggebracht. Ten gevolge van de oproeping van vakkundige ambtenaren voor den militairen dienst was het den leiders ten slotte niet meer mogelijk, om het stedelijke telegraafverkeer behoorlijk te doen functionneeren.

Door hulpkrachten, die de noodige dienstervaring misten, gelukte het niet, het verkeer met de voorhanden bedrijfsmiddelen (Morse-ruststroomleidingen) te beheerschen. Ten slotte moest meer dan de helft der locale telegrammen van het hoofdkantoor naar de hulpkantoren door postboden worden overgebracht en omgekeerd wat, in verband met de groote afstanden, een zeer nadeeligen mvloed op den besteldienst had vooral daar, ten gevolge van de in de industrie betaalde hooge loonen, in de behoefte van telegrambestellers, in weerwil van verlaging van de leeftijdsgrens tot op 15 jaar, niet altijd kon worden voorzien. Doordat verder, na de inbeslagneming van de rubber voor legerdoeleinden, ook het rijwielverkeer moest worden gestaakt, bleef den bestellers niet anders over dan voor groote afstanden van de tram gebruik te maken.

Door al deze omstandigheden waren de toestanden in het locale snelverkeer ten slotte zóó ongunstig en onvoordeelig gewdrden, dat in het najaar van 1917’ het geraden werd geacht doortastende maatregelen te nemen, om het verkeer weder ongestoord te doen plaats vinden en de regeling daarvan in overeenstemming te brengen met de eischen van zuinig beheer.

Een en ander werd bereikt door een geregelden trampostbodendienst in te richten, waarbij deze personen op hun heenrit ide telegranmten en spoedbrieven naar de bestelkantoren brengen en op den terugrit de aldaar gereedliggende stukken afhalen moesten. Alle boden waren voorzien van tramabonnementskaarten. De geregelde ritten werden verricht elk half uur, van 8 uur voormiddags tot 10 uur namidjdags. Het telegrafisch verkeer met alle kantoren, waarheen trampostboden reden, werd gedurende dat tijdsverloop opgeheven.

De duur van het vervoer der telegrammen van en naar de afzonderlijke kantoren bedroeg bij dezen dienst, met inbegrip van den tijd, waarin zij op vervoer lagen te wachten, gemiddeld niet langer dan i uur. Onder de toenmalige omstandigheden kon men dit een gunstig resultaat noemen.

De trampostbodendienst heeft bestaan van i October 1917 tot 31 Maart 1919 en moest gestaakt worden dooir» dat, bij den wegens kolenschaarschte ingekrompen tram* dienst (verandering van doi 10 min. in een 20 min. dienst) de aansluitingen te ongunstig uitvielen en de bodön dikwijll niet konden mederijden met de door die dienstbepeiÜm vaak overvolle tramwagens. I

I ( Op den I April 1919 werd het telegrafisch verkeer met de stadspostkantoren weder hervat. Evenwel hleek spoedig, dat de bedrijfsmiddelen (Morse-mststroomleidingen) voor dit verkeer volkomen onvoldoende .

Bij het toen zich ontwikkelende overdrukke vervoer werden de gebreken in den toestand van het plaatselijk snelyerkeer nog verscherpt door onvoldoende personeel, de verminderde prestatiën in de bediening der toestellen en den besteldienst, evenals door het ontbreken van bruikbare rijwielen, en wel tot ondragelijk wordens toe.

Snelle en afidoende hulp wa3 dus gieboden en werd nu bereikt door gebruik van „sluitzakken”. Volgens een overeenkomst miet de Hamburger Tramwegm,aatschappij van 1885 belast deze zich met het vervoer vaa briavenzendingen tusschen alle aan, of nabij, hare lijneft gelegen postkantoren tegen vergoeding van 10 Pfennig voor elke zending, zonder de afstanden in aanmerking te nemen. De zendingen moesten aan den wagenbestuuidter of conductenr worden afgegeven, die ze aan de het dichtst bij een postkantoor gelegen halte overhandigde aan den bode van het kantoor van bestenmiing'.

De MaAtscliappiji zou zich evenwel niet met ide omwisseling' der zendingen tusschen de verschillende lijnen belasten. Van deze overeenkomst werd tot dusver slechts in beperkten omvang gebruik gemaakt; wel werden gewone en aangeteekende brieven in gesloten zakken naar en Van de stadspostkantoren vervoerd. , •

, I ] . Daar op alle lijnen minstens elke 20 min. één rit liep kon, m'et 'beikulp 'der tram;, een 2O min. verbinding' in beide richtingen, tusschen het knooppunt: „Hoofd-telegraafkantoor” en „Postgebouw” aan den eenen kant en de aan den anderen kant worden oinder-

Voor het vervoer in gesloten zakken van 7 uur ’s voormiddags tot lo uur ’s namiddags, door bemiddeling van het trampersoneel, kwamen in aanmerking alle telegrammen en alle gewone en aangeteekende spoedbrievenzendingen van en naar de voorstadsbestelkantoren.

Voor berging der telegramtoen en spoedbiieven wefAH zoogenaamde „sluitzakken” gebezigd, zijnde zakken van zfeildodr, groot 40 X 50 c.M., met lederen sluitrand en veiligheidsspringslot benevens een vast ijzeren opschriftplaatje, waarop het nummer van het postkantoor vermeld was. Bij de tramknooppunten aan het hoofd-telegraafkantoor en bij het brievenpostkantoor hadden postbeambten hun vaste standplaats, die de zakken aan den tramconducteur afgaven en van hem in ontvangst namen. ' De uitwisseling der zakken tusschen deze stationneerende beambten en het telegraafkantoor of postkantoor geschiedde om de 10 minuten door loopers. Elk postkantoor ontving en verzond

I zijn zakken om de 20 minuten met een bepaalde tramlijn. Deze postkoerslijnen waren zóó gekozen, dat de afzenden ontvangsttijldm weinig versqbilden, de eerste zooveel mogelijk vóór de laatste vielen, opdat geen vertragingen, noch voor de afgaande, noch voor de aankomende zendingen, konden ontstaan. De zakken moesten met den eenmaal aangewezen wagen worden vervoerd, ook al lagen er op hiet vertrekkantoor geen zendingen te wachten, n

De trammaatschappij verlaagde de vergoeding voor eiken te vervoeren zak tot op 71/2 Pf. met het oog op het groote aantal daarvan, (op werkdagen 1375; ’s Zondags circa 800 stuks), daarbij bepalende, dat voor het vervoer van alle postzakken (ook van de in het stadbriefpostverkeer uitgewisselde) per maand mmstens 3000 Mark moest worden betaald.

Van dit bedrag, dat nooit overschreden werd, kwamen 2665 Mark op de uitwisseling van telegrammen en spoedbrieven. Voor invoering van deze regeling waren g'een bijizonidere maatregelen vereischt; alleen moesten de sluiteafckten worden aangeschaft, te leveren binnen 3 wieken en kostemdie een bedrag in eens van 2736 Mark.

De sluitzakkenregeling werd op i November 1919 iii" gevoerd en heeft goed voldaan. Hierdoor kwam leen 20 minuten verbinding tusschen 7 uur voormiddag en 10 uQf namiddag, in beide richtingen, met de voorstadsbestelkantoren totstand. De gemiddelde tijd, gedurende welken Ut telegrammien onderweg waren, werd zelfs korter dan die van de per draad verzonden spo,edtelegrammen. Dientengevolge kon ook worden afgezien van telegrafische overbrenging der voorkeurtelegrammen en kon het telegrafisch verkeer met de in de sluitzakkenregeling betrokken kantoren geheel gestaakt worden. |

Hierdoor kwamen ongeveer 6o in die telegrafie opgeleide krachten vrij, waaraan vroeger bij de buitengewone verkeer&drukte zulk een groote behoefte was.