is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 40, 1922, no 44, 01-11-1922

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken en een reden temeer, om collegaßorski erkentelijk te blijven voor den verrukkelijken autorit naar TervUeren, Bois de Soignes, en Bois de la Cambre.

Na een genoegelijke ngemeenschappelijken maaltijd, waarmede het meerendeel der Nederlanders in een gezellig onderonsje het congres inwijdde, werd des avonds de algemeene kennismaking ingeleid door een receptie in de Salons van de Taverne Royale. Het werd daar weldra een gekrioel van veel Belgen en Franschen, van Engelschen, Italianen, Denen, Zweden, Noren, Zwitsers, Chineezen, Japanners, Spanjaarden, Slowaken en Polen en ook Nederlanders. Het kon best zijn dat er nog meer menschensoorten waren, die allen meer of minder luidruchtig hun aanwezigheid kenbaar maakten door iets dat op Fransch of Engelsch leek, als zij althans hun moedertaal niet gebruikten. Wie héél aandachtig luisterde kon soms zoowaar een enkelen Duitschen klank opvangen, maar dat was natuurlijk een heel schuchter geluid van vreemdelingen, die zich in die voertaal het beste thuis gevoelden en die zich daaraan waagde als geen overgevoelige ooren in de buurt waren. Velen maakten een dankbaar gebruik van de gelegenheid om zich door onzen Nederlandschen bestuurSvertegenwoordiger, den heer van der Vegt, te laten voorstellen aan diens vele goede vrienden en goede bekenden en aan den president, den 78-jarigen heer de Burlet.

Voor de heeren bestond aldus niet de minste gelegenheid zich verlaten te gevoelen; voor de dames was dat helaas een beetje anders. Er scheen wel een soort dames-comité te bestaan, althans eenige gemarkeerde personen van die sexe waren aanwezig, doch anders dan aan haar insigne was dat niet ’tfe bemerken. Hetgeen echter gelukkig niet belette aansluiting bij dames van andere nationaliteiten te vinden, die blijkbaajf look in die richting op eigen houtie zoekende waren. ,

De officieele opeming vond Dinsdagmorgen in de zaal van het Palais des Académies plaats, die afgezien van een! ;niet schitterende acustiek, uitnemend geschikt bleek voor dezei plechtigheid, waarbij ongeveer vier honderd personen tegenwoordig waren. De Minister van Spoorwegen, de heer Neujean' opende als voorzitter het congres, dat bij voortduring het ,XVIID genoemd werd, als ware er van een nieuwe Vereeniging; eigenlijke geen sprake. Dat de Belgische regeering overtuigd! js van de groote waarde eener internationale bestudeering ook van de meer locale verkeersmiddelen, bleek behalve uit de woorden van Minister Neujean ook uit de tegenwoordigheid Van zijn ambtgenoot van Landbouw, den heer Ruzette, terwijl; jom de hoofdtafel zich o.m. nog geschaard hadden de gouvemeur| van Brabant de heer Béco, de bekende burgemeester van' ißrussel de heer Max en voorts de heeren Geron, de Burlet, de Lancker, Gérard met daarachter een geheele stoet vani afgevaardigden der zeven en twintig landen, die 'woordigd heetten te zj|n.‘

De eigenlijke aanvangsrede werd door den president van de Union gehouden, den heer de Burlet, een kranigen krassen grijsaard, die gedurende heel dit congres een merkwaardig bewijs van zijn groote vitaliteit heeft afgelegd. In een uitnemend uitgesproken en goed te volgen rede gaf hij een overzicht van het werk der Union, vanaf de oprichting in 1885 af tot aan 1914, toen de werkzaamheden op zoo gruwelijke manier werden onderbroken. Hij herinnerde er aan wat de geheele tramwegwereld, doch vooral België, dat over de gansche wereld verspreid zijn groote tramwegbelangen heeft, geleden heeft ten gevolge van den oorlog en bracht hulde aan de dapperen, die voor het vaderland vielen.

Het was aangenaam en voor de neutralen niet het minst, uit den mond van iemand, die zoovele blijken heeft gegeven een vurig patriot en een krachtige entente-bewonderaar te zijn, te vernemen, ~dat men moest hopen, dat zij, van wie men zich door den oorlog heeft moeten scheiden, een toenadering zouden mogelijk maken door ons de moreele en materieele genoegdoening te geven, die onmisbaar is”. Het is van harte te hopen, dat deze eerste en helaas ook laatste congresuiting in de richting van werkelijk internationale samenwerking meer zal beteekenen, dan een platonische beleefdheid aan het adres van die neutrale aangeslotenen, die ook lid zijn van de „centrale” Union. In dit opzicht klonk het applaus, dat de vergadering op deze woorden liet hooren hun aangenamer in de ooren, dan de daverende bijvalsbetuigingen, die op tal van andere, min of meer chauvinistische redevoeringen in den

loop der komende dagen het fabrieksmerk van den overwin naar drukten.

Hoezeer de tramwegen van den nood der tijden te lijden hebben, betoogde in een lang rapport de heer Mariage van Parijs, die als gevolg van ongesteldheid, den heer BacqueyrisSe de rede liet uitspr.eken. Het slot van het discours bracht zeker zoo dat nog noodig mocht zijn, bij iedereen wel heel duidelijk de wetenschap, dat het bij buur-links zoowel als buur-rechts al even treurig met de trahlwegen gesteld is, als hem thuis. | '

„De toekomst biedt een somber beeld voor de verkeersondernemingen en het is ons aller plicht om te trachten, het financieele evenwicht dier ondernemingen te herstellen, door te zoeken in de richting der vermindering van exploitatieuitgaven of in die der technische verbeteringen.” Ja ja, zoo zal het wel moeten zijn, wil nog één onderneming op eigen beenen blijven staan. | '

Dat in vele gevallen de electrische lassching een zeer economisch middel is, dat ook bij de tramwegen grootere toepassing verdient, is in ons land ook door onze Vereeniging reeds getoond. De heer d’Hoop bleef niet geheel onweersproken na zijn rede over dit onderwerp, waaruit blijkt dat men op dit gebied vrij algemeen actief is.

Na dezen stevigen morgen volgde een alleraardigste ontspanning door een tramtocht, in het hartje van Brussel aanvangende en eindigende in de volle vrije natuur van het schoone Tervueren. Men kan het alleszins begrijpen, dat de Belgen de gelegenheid te baat namen, om den gasten hun koloniaal museum te laten zien. De directeur baron de Haulleville ontving het gezelschap er op wijzend dat dit museum eerst 12 jaar bestaat, waartoe 5 jaren van gedwongen onwerkzaamheid moeten worden gerekend. De heer de Burlet bracht den samenstellers hulde voor hun grooten arbeid en herdacht koning Leopold II als den grooten stichter, die zoozeer het nationaal gevoel der Belgen voor hun koloniën heeft aangewakkerd. Mooier echter dan alle uitheemsche doode natuurwonderen toonde zich de levende natuur op dien schoonen middag, toen een wazig zonlicht de stille aandachtige boomgroepen omlijnde en vriendelijk den onberimpelden waterspiegel voorhield, die hun glimlach duidelijk weerkaatste. |

In het restaurant van het kofoniaal museum werd de middagthee met taartjes genoten, waarna een reeks versierde tramwagens het gezelschap weder in een uurtje terugvoerde naar de stad, waar ons dien avond een galavoorstelling in de Monnaie wachtte: een uitstekende uitvoering van de Barbier de Séville van Rossini. Arme vertegenwoordiger van Tsjecho-Slowakije, die als gevolg van het gemis van kleedingvoorschriften op het toegezonden programma bij deze gelegenheid in zijn huis jasje gezet werd, terwijl op het te Brussel nader uitgegeven programma nadrukkelijk vermeld stond: ~Messieurs: Habit noir et cravate blanche.”

Den Woensdag werd de congreszitting aan de Engelschen gewijd. Onder presidium van den Deenschen vertegenwoordiger,, den heer Norregaard van Kopenhagen werden daar de rapporten van de heeren Spencer en Blain behandeld, die helaas ook al beiden verhinderd waren persoonlijk de inleiding te geven. De eerste had tot onderwerp gekozen ~De moderne verbeteringen van het materieel der tramwegen.” Al dadelijk begon hij met het vaststellen van een feit: dat in de laatste 20 jaar eigenlijk geen verbeteringen van belang in den wagenbouw zijn te constateeren, althans in Europa. En dat niet omdat de wagens zoo onverbeterlijk goed zijn, maar eigenlijk door gemis aan voldoende belangstelling van de zijde der afnemers. Hij wijst nu de volgende punten aan, die ten spoedigste in ernstige overweging genomen dienen te worden, zoowel door afnemers als bouwers: het onnoodige geraas, waarvoor de verbetering gezocht moge worden in de vervanging van de betonondersteuning door houten dwarsliggersondersteuning der rails; het reduceeren van het niet afgeveerde wagengewicht door verbetering van den wagenbouw en de ophanging, waardoor het gebruik van sneller loopende motoren en dus weder vermindering van gewicht mogelijk wordt; het inbrengen, hetzij tusschen wielband en wiel, of tusschen wiel en as, van een geluid- en trillingisoleerende laag, waardoor zoowel slijtage als geraas belangrijk verminderd zullen worden; het verhoogen van de gemiddelde rijsnelheid door verbetering van de aanzet versnelling en rem vertraging van het rijtuig, met terugwinning