is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 41, 1923, no 6, 07-02-1923

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE LOCDtiMDTIEP

WEEKBLAD GEWIJD AAN DE BELANGEN VAN SPOOR-EN TRAMWEGEN ORGAAN VAN

de Nedei»landsche\/fepeeruging voop Locaalspoopwegen enTpamwegen Administpateup;

de N.V. Ce3ntr>aa.l Biapeau dei:© Ned. Ver>. voop Loc. en Tpamwegen

AMSTERDAM TEDC.6B3S

Ir. D. H. aTIGTBR.

WESTEINDE 9

No. 6

Woensdag 7 Februari 1923.

41*’ Jaargang.

INHOUD:

Nederlandsche Vereeniging voor Locaalspoorwegen en Tramwegen. Nota omtrent Reorganisatie der intercommunale Tramwegen in Nederland. ■ ten nieuwe theorie der goifslijtage. – De toepassing van Art. 12 van de Spoorwegwet van 1875 op de Locaalspoorwegen en Tramwegen. Verschillende Mededeelingen. Advertentiën,

De Locomotief verschijnt eiken Woensdag Fak Ditmar s \Uitgevei's~Maatschappij te Rotterdam, \

Abonnementsprijs per 3 maanden of 13 nommers tijdelijk ƒ2,— franco per post. Advertentieprijs van I tot 6 regels f 1,50, verder ets, per regel.

Bijdragen van redactioneelen aard, maandelijksche opgaven van de opbrengsten, e.d. te zenden aan de Redactie Westeinde 9» Tel. C. te Amsterdam. Adv er tentien aan de Administratie, Wijnhaven III—113, Rotterdam.

Betaalt per Postgiro!

Nederlandsche Vereeniging

No. 13596

Centraal Bnrean No. 14233

Nederlandsche Tereeniging voor Locaalspoorwegen en Tramwegen.

Nota omtrent Reorganisatie der intercommunale Tramwegen in Nederland.

(Vervolg.)

Het ware mogelijk, de onderhandelingen met den Staat te openen op geen anderen grondslag dan een principieele uitspraak omtient den hier ontwikkelden gedachtengang, ten einde de uitwerking over te laten aan hen, die t. z. t. in elk bijzonder geval voor de Verkeersmaatschappij en de locale tramwegmaatschappij de onderhandelingen voor de overneming zullen voeren. Aangezien bij een transactie als de hier bedoelde „loven en bieden” van beide zijden onvermijdelijk schijnt, zal welücht menigeen geneigd zijn, om de vaststelling der voorwaarden van verrekening in het bijzonder dus de bepaling van het aantal aandeelen in de Verkeersmaatschappij, uit te reiken voor het verworven bezit aan aandeelen in de locale maatschappij, geheel aan de toekomstige onderhandelaars voor elk geval op zichzelf over te laten. Uwe Commissie heeft echter, evenals de ontwerpers van het plan Röell-Telders, ingezien, dat zulk een vrijheid der toekomstige onderhandelaars voor geen der partijen gewenscht is. De Staat zal op het oogenbhk, waarop hij zijn medewerking bij de totstandkoming der Verkeersmaatschappij verleent, de grondslagen moeten kennen, waarop het bezit der locale maatschappijen aan de Verkeersmaatschappij overgaat; en voor de bij Uwe

Vereeniging aangesloten ondernemingen is dezelfde kennis noodzakelijk, opdat er waarborgen zijn voor de toepassing van een billijken, voor alle ondernemingen gelijken maatstaf van verrekening, met uitschakeling, voor zooveel mogelijk, van Btrsoonlgke invloeden bij de onderhandelingen.

Het is dus noodig, die grondslagen thans aan te geven Met die grondslagen wordt intusschen niet elk „loven en bieden vermeden; het spreekt welhaast vanzelf, dat voor de bepaling van de koopsom van een zoo belangrijk complex als een tramwegondememing slechts door onderhandeling en overleg over.eenstemming tusschen belanghebbenden kan worden bereikt. Doch de hoofdhjnen van de wijze van berekening moeten vooraf zijn getrokken; en waarborgen nioeten worden geschapen voor de deskundigheid en onpartijdigheid van hen, die met inachtneming van die hoofdhjnen de koopsom zullen hebben te_bepalen.J

Die grondslagen kunnen blijkbaar niet gevonden worden in den beurskoers der aandeelen. Afgezien van het feit, dat voor het meerendeel der aandeelen Uwer ondernemingen geen beurskoers bestaat en overigens de totstandkoming der overeenkomst zelve den beurskoers zal beïnvloeden, is de beurskoers niet bruikbaar als grondslag voor de berekening der waarde, omdat hij bepaald wordt door talrijke factoren, welke bij een transactie als de hier bedoelde behooren te worden uitgeschakeld. Bevat reeds de beurskoers van een courant dividend-betalend aandeel met volkomen vrijen en geregelden handel vele elementen, die voor het onderhavige geval de grootte van den koopprijs niet mogen beïnvloeden, voor een incourant noodlijdend aandeel is de beurskoers in dit geval geheel onbruikbaar. De beurskoers biedt ook daarom voor het gestelde doel geen basis, wijl bij de totstandkoming daarvan andere overwegingen hebben gegolden dan die, welke blijkens den hiervoren ontwikkelden gedachtengang aan de bepaling van de koopsom behooren ten grondslag te liggen. Dit alles neemt niet weg, dat de beurskoers der aandeelen in zooverre een rol speelt in het onderhavige vraagstuk, da.t het niet in de bedoeling kan liggen, den toevalligen aandeelhouder van het oogenblik bij de overneming een belangrijke bate in den schoot te werpen. Het systeem van berekening der waarde van de aandeelen zal dus in wezen moeten berusten op de overwegingen, welke den prijs der aandeelen op de beurs bettalen. |

” Jje waarde van een aandeel houdt voor den gewonen kooper twee hoofdelementen in; de verkoopwaarde van het bezit (na aftrek van de schulden) en de rendabiliteit, d.w.z. de nettooßbrengt, welke met dat bezit verkregen.

r "Voo:^dé overneming door de VerkeersmaatiÖtappi] behoort evenwel in de plaats van de verkoopwaarde voor een tramwegonderneming uit den aard der zaak een geringe som