is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 41, 1923, no 12, 21-03-1923

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hieruit volgt, dat de negatieve golf van den wisselstroom niet meer onderschept, maar omgekeerd wordt. |

De twee der secundaire wikkeling van den transformator worden dus achtereenvolgens gedurende een halve periode door een stroom doorloopen. |

! Daarentegen loopt door de primaire wikkeling enkel een zuivere wisselstroom, daar juist de stroom dezer wikkeling den stroom opwekt, die in de twee helften der secundaire wikkj|in| optreedt. I

De resulteerende, nog sterk golvende gelijkstroomkrommei j wordt door fjgHur 4 vooigfesteld.

(Wordt vervolgd.)

Jaarverslagen 1921.

Semarang’-Clieribon Stoomtraiu-Maatschappij.

Algemeene mededeelingen. Het verslagjaar stond geheel in het teeken der algemeene malaise, welke in de tweede helft van 1920 in Indië haar intrede deed en zich nog altijd in onver- mate doet I

Het reizigersvervoer, dat in het eerste kwartaal nog een zeer sterk accres 35 pCt. vertoonde, nam in het tweede kwartaal in veel geringere mate toe, en begon in de maand Juli terug te loopen. De teruggang heeft sedert onafgebroken aangehouden, behalve over October, welke maand weer eene toeneming te zien gaf. Het aantal reizigers nam dientengevolge sleets met 7 pCt. toe tegen 39 pCt. in IQ2O.

Het goederenvervoer ging, wat betreft het stukgoed, een weinig achteruit; het wagenladingsvervoer vertoonde daarentegen tot en met het derde kwartaal een zeer bevredigende toeneming, om van toen af evenwel terug te loopen. Het aantal vervoerde tonnen vermeerderde ten slotte nog met bijna ii pCt. tegen 12 pCt. in ig2o.

De gezamenlijke bfuto-opbrengst onzer lijnen bedroeg ƒ7.388. zijnde/ 1.553.423 of bijna 27 pCt. meer dan in 1920. Het hieronder volgend overzicht toont aan, in welke mate door de verschillende takken van het vervoer tot deze zeer gunstige uitkomst is bijgedragen, en geeft tevens eene vergelijking met de beide voorafgaande jaren.

Bruto-opbrengst over het jaar

De verhoogde opbrengst is, behalve aan de toeneming van het verkeer, voor een grooter deel te danken aan eene resp. met ingang van 15 Februari en i Maart 1921 ingevoerde verhooging der goederen- en reizigerstarieven. Ook zijn aan de suikerfabrieken, wier vervoerscontracten in het verslagjaar afliepen, hoogere vrachten berekend geworden. |

ï)ê tariefsverhoogingen waren noodzakelijk om aan de sterke toeneming der bedrijfslasten het hoofd te kunnen bieden. De exploitatiekosten stegen nl. met /1.222.121 of 41 pCt. tot /4,.i7Q.Q77; de eaploitatie-coëfficiënt was <6.6.

Bijna "de” Kelft der "kostenstijging komt teiT laste van den post brandstoffen, doordat in het verslagjaar slechts eene beperkte hoeveelheid djatibrandhout kon worden verkregen en overigens in hoofdzaak dure steenkolen moesten worden gebezigd, waarvan een groot deel, en dit geldt voornamelijk 'de door het Land geleverde steenkolen, niet van goede kwaliteit was.

Overigens is zij vrijwel geheel toe te schrijven aan meerdere personeeluitgaven. In hooge mate heeft daartoe bijgedragen de uitbreiding, welke aan het personeel moest worden gegeven wegens de toeneming van het verkeer, en om te kunnen voldoen aan de toezegging, die ter beëindiging der staking in Augustus 1920 was gedaan, om geleidelijk de dienst- en rust-

tijden op gelijken voet te regelen als bij den Staatsspoorwegdienst.

De industriëele malaise heeft het brandstoffenverbruik in Indië doen afnemen, terwijl buitenlandsche kolen weer in onbeperkte hoeveelheid tot betrekkelijk lage prijzen verkrijgbaar zijn. Het brandstoffengebrek heeft hierdoor opgehouden, met het gevolg dat ook de prijzen der inheemsche brandstoffen tot een meer redelijk peil zijn teruggeloopen, hetgeen van gunstigen invloed op de exploitatiekosten van het ingetreden iaar zal ziin. i

Wegens de verhooging der lasten van het Pensioenfonds door de verbetering der pensioenen, waarvan in de beide vorige jaarverslagen melding werd gemaakt, bleek het noodig nogmaals eene buitengewone bijdrage aan het Pensioenfonds te verleenen tot een bedrag groot /74.Q61.

1919. 1920. 1921. Reizigers. . . / 1.655.328,72 / 2.330.788,52 / 2.764.454.24 Bagage. . . . „ 35-Hs.Bi „ 50.804,27 „ 59-279.02 Bestelgoederen 7q.056,70 „ 165.424,19 „ 226.095,76 Vracht' en ijlgoederen . . „ 2.329.752,13 „3.151.216,85 „ 4.156.103,43 Diversen . . . „ 149.357,69 „ 137.002,56 „ 182.726,26 opbrengst. . / 4.248.611,14 f 5-835-236,39 / 7.388.658,71

Het nieuwe baanvak Pëkalongaii-Tifto werd op i JnÉ voor het algemeen verkeer opengesteld; voor de nieuwe baanvakken KM. I—s en Pemalang-Tegal geschiedde zulks op 25 September d.a.v. Hiermede is de verbouwing der hoofdlijn tot spoorweg voltooid op enkele ondergeschikte werken na, gereed gullen kornen.j

De Gouverneur-Generaal heeft op i 6 September de terugreis naar Buitenzorg na afloop van zijn bezoek aan Semarang langs onze verbouwde hoofdlijn gedaan. Zijne Excellentie heeft bij die gelegenheid onzen Hoofdvertegenwoordiger veroorloofd, om gedurende een oponthoud te Tegal in een toespraak het verloop en de groote beteekenis der verbouwing onzer lijn tot spoorweg uiteen te zetten, en daarop geantwoord met eenige waardeerende woorden voor het werk onzer Maatschappij. Onze Hoofd vertegenwoordiger heeft ter viering van de voltooiing der verbouwing op 25 September te Semarang aan autoriteiten en notabelen een feestmaaltijd aangeboden. De onderwijsinrichtingen der Maatschappij te Tegal leverden wederom gunstige uitkomsten qp. |

De Europeesche lagere school telde bij het einde des jMfs! 159 leerlingen, waarvan 69 kinderen van ambtenaren Rlaatschappij waren. Van de 17 leerlingen der hoogste klasse' legden 7 met gunstig gevolg het toelatingsexamen af voor de Hoogere Burgerschool en 2 voor de Koningin Wilhelminaschool 10 leerlingen gingen over naar den Mulocursus, die met van I Juli in een zelfstandige Muloschool werd omgezet. iWe' inrichting telde bij het einde van het jaar 45 leerlingen, waaronder 16 kinderen van ambtenaren der Maatschappij. Aan, 10 van de ii leerlingen is het einddiploma uitgereikt kunnen worden.

De Hollandsch-Indische school telde op het einde des jaars 277 leerlingen, waaronder 153 kinderen van beambten der Maatschappij.

De in de Buitengewone Algemeene Vergadering van Aandeelhouders van 7 Januari 1921 tot Directeur benoemde Heer R. P. van Alphen die deze functie op i Februari 1922 aanvaard heeft legde op i October 1921 zijn ambt van Hoofdvertegenwoordiger der Maatschappij in Indië neder, om daarin te worden opgevolgd door den Heer G. Diephuis, Chef der Exploitatie der Maatschappij, die op zijn beurt vervangen werd door met de waarneming van dit ambt te belasten den Chef der Vierde Afdeeling, den Heer S. E. Serlé. Deze verliet den dienst der Maatschappij op ultimo van het jaar, waarop de Heer G. A. Wiemans, te voren plaatsvervangend Hoofdvertegenwoordiger, tot Chef der Exploitatie werd benoemd.

in de Algemeene Vergadering van Aandeelhouders van 2 Juli 1921 werd de Heer A. van Hoboken van Cortgene, die als Commissaris aan de beurt van aftreden was, als zoodanig herkozen.

Tot bestrijding der uitgaven voor de uitbreiding van het rollend materieel, noodig door de sterke toeneming van het vervoer, werd na bekomen machtiging van aandeelhouders in de Buitengewone Algemeene Vergadering van 25 Januari, op 28 d.a.v. eene leening uitgegeven, groot / 2.000.000 en rentende 7 pCt. ’s jaars. Voorts werd op 21 November d.a.v. wederom de inschrijving opengesteld voor eene 7 pCt. leening, groot / 3.000.000, tegen den koers van loi pCt.; het besluit tot uitgifte werd bekrachtigd in de Buitengewone Algemeene Vergadering van Aandeelhouders van 22 November d.a.v. Beide leeningen werden vele malen overteekend.