is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 41, 1923, no 13, 28-03-1923

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarbij io de kromme is, die den stroom weergeeft, welke in een stroomloop met zuiver ohmschen weerstand wordt opgewekt. Daarentegen beteekent is de kromme van den stroom, die ontstaat wanneer een zelfinductieklos van een reactantie Lw in den gelijkstroomloop is ingeschakeld.

Wij zien, dat de zelf-inductie de kromme zoodanige schuivmg geeft, dat de doorgang van den stroom gedurende een zekere tijdsruimte verlengd wordt. Wanneer dus iwee an den te gelijker tijd stroom afgeven ontstaat er ineenvloeiing van de stroomkrommen, zooals fig. lo te zien geeft.

Dit (10) heeft ten gevolge, dat de golvende stroom, dien fig 5 aangeeft, een zwak pulseerende gelijkstroom wordt. Men noemt golvings-coëfficiënt van een gelijkgerichten stroom den coëfficiënt ~ _ aanduidende de verhouding Ig van de amplitude der wisselstroom-composante tot de gemiddelde waarde ig van den gelijkstroom. (Fig. ii).

3°. Meerphasige gelijkrichters.

De meerphasige gelijkrichter van groot vermogen vindt een belangrijk ruimer veld van toepassing dan de eénphasige, vooral voor de omvorming van draaistroom in gelijkstroom. Ten einde zooveel mogelijk den golvenden vorm van den gelijkgerichten stroom te beperken, wendt men met voordeel een groot aantal ohasen aan.

Fig. 10.

De driephasige of draaistroom wordt omgevormd door een statischen transformator, waarvan de secundaire wikkeling wordt aangekoppeld, zóó als overeenkomt met het aantal phasen dat men wenscht te verkrijgen. Uit deze overweging is men gekomen tot practische verwezenlijking der zesphasige, twaalfphasige en in ’t algemeen van; m*|fphasige gelijkrichters_.

Fig. 11.

Figuur 12 "geeft een schematische voorstelling van de verschillende in gebruik gekomen verbindingen. Wij voegden er ook een grafische voorstelling bij, om de verklaring te vergemakkehjken. De theoretische gesteldheid der kromme van den gelijkgerichten stroom voor de verschillende aantallen phasen n ziet men duidehjk uit de figuren. De in de practijk het meest gebezigde gelijknchter voor groot vermogen is de zes-phasige, die inderdaad ook de meest* voordeelen

Wij zagen, dat di golvende gedaante van den geïijkgerich-j ten stroom vermindert, hoe grooter het aantal phasen is. | Bij den gelijkrichter met 6 anoden verkrijgt men een kromme, zóó zwak golvend, dat de er uit voortkomende gelijkstroom practisch als rechtlijnig kan worden beschouwd. Behalve in enkele bijzondere gevallen is het niet geraden, een hoagg aantal phasen aan te wenden in aanmerking ge-

nomen, dat een transformator met veelphasigen secundairen stroom (meer dan 6) te omslachtig van samenstelling en te kostbaar worden zou.

Doordat het potentiaal-verschil tusschen de cathode en ieder der anoden slechts 20 volts bedraagt, verkrijgen wij een stroom van den in Fig. 12 aangegeven vorm.

In verband met de ~klep”-werking van den electrischen hchtboog kan elke anode alleen dan stroom afgeven, wanneer zijn potentiaal hooger is dan die van de cathode, nl. enkel en alleen gedurende het tijdsverloop, waarin de maximum-waarde

Fig. 12,