is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 41, 1923, no 40, 03-10-1923

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DB LOCOMOTIBP

WEEKBLAD GEWIJD AAN DE BELANGEN VAN SPOOR-EN TRAMWEGEN ORGAAN VAN

de Nedeplandsche\fepeen.iging voop Locaalspoopwegen en Ti=amwegen Administpateup:

de N.V: Centr>aal Bi_ir=eau. del® Ned. Ver>. voor> Loc. en'Tramwegen Dipecteian :

AMSTERDAM TED.C.6835

Ip. D. H. STIGTBR.

WESTEINDE 9

No. 40

Woensdag 3 October 1923.

41® Jaargang.

INHOUD

Nederlandsche Vereeniging voor Locaalspoorwegen en Tramwegen. Wijziging in het programma der a.s. jaarvergadering. 1 Ie Verslag van den Administrateur over het tijdvak Augustus 1922 tot Augustus 1923. Union internationale de tramways de chemins de ter d'intérèt local etc. Jaarverslagen 1922. Gemeentetram Groningen. Verschillende Mededeelingen. Advertentiën.

Nederlandsclie Vereeiiiging voor Locaalspoorwegeii en Tramwegen.

Wijziging in het programiua der a.s. jaarvergadering. Het programma van den tocht op Zaterdag 6 October zooals dit afgedrukt werd in het vorig nummer moest door verschillende omstandigheden eenige wijziging ondergaan. De tocht is nu geprojecteerd als volgt: 9.34 Vertrek per spoor naar Delft (leder gelieve zijn kaartje te nemen). 9.43 Aankomst te Delft.

9.50 Per motortram van Delft naar Loosduinen. Vandaar naar Honselersdijk of Poeldijk ter bijwoning eener groentenveiling. Vervolgens bezichtiging van een druivenkas te Nieuw Honsel, waarna per autobus vertrokken wordt naar Kijkduin.

12.45 Aankomst te Kiikduin.

1 uur Lunch aangeboden door de W.S.M. te Kijkduin. 3.15 Per extra-tram en per autobus terug naar Den Haag (Aansluiting op trein 4,05 S.S).

11e Verslag van den Administratenr over het tijdvak Augustus 1922 tot Augustus 1923.

I. Algemeen overzicht.

[ De Nederlandsche Vereeniging heeft haar woord gestand gedaan en waar Regeering en wetgevende macht in gebreke zijn gebleven maatregelen te beramen de tramwegen tijdig te hulp te kunnen komen, nu deze ondernemingen van publiek belan|| onder de gevolgen van den oorlog en den na-oorlog te gronde dreigen te gaan, daar heeft zij zelf dehand aan den ploeg geslagen. Nog voor het jaar 1922 ten einde was gespoed, heeft zij aan den Minister van Waterstaat en in de eerste dagen van 1923 aan den Minister van Financiën, zoowel als aan de leden der Eerste en Tweede Kamer, alsmede aan tal van autoriteiten haar Rapport tot Reorganisatie der intercommunale tramwegen in Nederland doen toekomen. Tot nog toe zijn de practische resultaten van dit belangrijke werk gering, al mag wel verklaard worden, dat de voorstellen der Nederlandsche Vereeniging in de groote pers, zoowel als in de vakbladen eene van waardeering getuigende aandacht hebben gevonden. Hoewel van officieele zijde nog niet op het rapport is gereageerd.

is het niet aan te nemen, dat van die zijde volstaan zou worden met eene niet meer dan platonische in-ontvangstneming. Dit is te minder te verwachten, omdat de Regeering op den 12en Mei 1923 is overgegaan tot de instelling van de Staatscommissie Patijn, welke een onderzoek zal hebben in te stellen naar de bedrijfseconomie van de publieke vervoersmiddelen in het algemeen. Men mag op goede gronden veronderstellen, dat slechte bedrijfsuitkomsten, zoowel van de spoorwegen als van de tramwegen tot de oorzaken der instelling behooren. Buitendien echter heeft zich een ander vraagstuk voorgedaan, dat ook de ernstige aandacht der tramwegondememingen opeischt, nl. het autobusverkeer. Het zou wel zeer tegen het vrijheidsgevoel van den doorsnee-Nederlander indruischen, indien aan dit moderne vervoermiddel, dat zich als vrij bedrijf in onze moderne maatschappij heeft ontwikkeld, om redenen van concurrentiepchade aan spoor- en tramwegen toegebracht, door maatregelen van hooger hand de kop werd ingedrukt. Wel echter is het een onafwijsbare eisch van de Regeering om in te grijpen in eene al te wilde ontwikkeling van het autobusverkeer, waardoor de veiligheid van personen en goederen steeds ernstiger bedreigd wordt, zooals uit het toenemend aantal ongelukken duidelijk blijkt. Behalve de veiligheidskwestie eischt echter nog een andere zaak de aandacht, een zaak die de belangen van het rijk, van den belasting-betaler en ... . van de tramwegondernemingen raakt. En dat is het onderhoud van den weg. Moet ook in dit opzicht het systeem van ongebreidelde ontwikkeling gevolgd worden, het laat-maar-rijden-en-rossen-standpunt worden ingenomen? Wij gelooven van niet. Onze Nederlandsche wegen zijn over het algemeen niet geschikt voor een voortdurend zwaar autoverkeer en het spreekt van zelf, dat, nu de autobusondernemingen in wilde concurrentie als paddestoelen uit den grond schieten en haar arbeidsveld meer en meel ook op de smallere paden zoeken, het onderhoud van gemeente-, provinciale- en rijkswegen in vele gevallen in angstwekkende mate toeneemt. De kosten daarvan worden gedragen door den belastingbetaler en wanneer men eens aanneemt, dat ten gevolge van de onderlinge concurrentie de vrachtprijzen del autobusondernemingen zoo laag gesteld zijn, dat slechts eene geringe ondernemerswinst overblijft, dan beteekent dit, dat het beperkte autobuspubliek op kosten van den belastingbetaler de wegen stuk rijdt. |

Uit dit algemeen gezichtspunt bezien, ware dus eene bijzondere belasting van het nieuwe publieke vervoermiddel alleszins gemotiveerd en behoorde zij dus zoo spoedig mogelijk ook daad „gewettigd” te worden. In hoeverre ook andere autowegberijders, als particuliere vrachtautomobielen e.d. daarbij betrokken behooren te worden, is een zaak die hier buiten bespreking blijve. Wel echter is het zaak te wijzen op de belangen van den Staat en de tramwegen, die door oneerlijke concurrentie